Waarom de culturele boycot van Israël veel meer steun verdient
In dit artikel:
In BAK Utrecht vond afgelopen dinsdag een bijeenkomst plaats voor ondertekenaars van de Cultural Boycott Israel-campagne, een initiatief van kunstenaars en instellingen die tijdelijk de samenwerking met Israëlische organisaties en bedrijven willen opschorten wanneer die medeplichtig worden geacht aan schendingen van het internationaal recht. Onder de sprekers was Omar Barghouti, medeoprichter van de BDS-beweging.
Tot nu toe hebben 761 culturele instellingen en 2.315 individuele kunstenaars en cultuurwerkers in Nederland en België de verklaring ondertekend. Relatief gezien blijft dat beperkt: volgens het CBS zijn er in Nederland ruim 250.000 organisaties actief in de culturele sector en tienduizenden makers (beeldend kunstenaars, schrijvers, musici, acteurs, dansers en regisseurs), wat betekent dat hooguit zo’n 1% van de beroepsgroep zich heeft aangesloten. Tijdens de bijeenkomst werd duidelijk dat het betrekken van nieuwe instellingen niet eenvoudig is: personeel en makers tonen vaak solidariteit met Palestijnen, maar raden van toezicht en donateurs zijn meer terughoudend — vooral wanneer hun geloof of politieke overtuiging hen naar Israël toetrekt.
De organisatoren streven ernaar meer tekenenaars te krijgen om effectiever tegen optredens te kunnen optreden van Israëlische instellingen die niet afstand nemen van het beleid van de staat Israël; als voorbeeld werd verwezen naar het recente optreden van IDF-cantor Shai Abramson in het Concertgebouw. De auteur van het artikel, die zichzelf voorstelt als kunstverzamelaar en criticus van het Israëlische beleid, roept collega’s in de kunst- en cultuursector op zich via de campagnewebsite aan te sluiten, omdat volgens hen duizenden extra ondertekenaars nodig zijn om echt impact te maken.