Waarom de Amerikaanse aanval op Iran volgens de 'Just War'-theorie ronduit onrechtvaardig is
In dit artikel:
Dr. Taylor Marshall, een Amerikaanse commentator, veegt in een recente analyse de rechtvaardiging voor de westerse aanval op Iran van tafel door die te toetsen aan de klassieke 'Just War'-leer (geïllustreerd door denkers als Thomas van Aquino). Volgens die theorie moet een oorlog voldoen aan vijf strikte voorwaarden: de juiste intentie, de juiste autoriteit, een rechtvaardige oorzaak, het laatste redmiddel en een reële kans op succes. Marshall stelt dat als één voorwaarde ontbreekt, het conflict geen rechtvaardige oorlog is.
Toegepast op de actuele VS-aanpak richting Iran concludeert hij dat meerdere voorwaarden ontbreken. Hij wijst erop dat in de Amerikaanse grondwet alleen het Congres formeel oorlog kan verklaren, en dat de president volgens hem eenzijdig heeft gehandeld zonder die wettelijke goedkeuring. Daarnaast bestrijdt hij dat er een rechtvaardige oorzaak is: het argument dat een toekomstige nucleaire dreiging moet worden afgeweerd noemt hij speculatief en onvoldoende als grond voor militair ingrijpen. Marshall vergelijkt dit met het preventief uitschakelen van iemand op basis van een vermoeden alleen, en trekt een directe parallel met de drogredenen die leidden tot de Irakoorlog.
De opinie in het artikel legt ook de verantwoordelijkheid deels bij westerse politiek en media, waaronder partijen in Den Haag en leiders die de Amerikaanse escalatie zouden goedpraten. De teneur is dat de actie niet voortkomt uit nobele bedoelingen van vrede of veiligheid, maar uit willekeurige, preventieve agressie die juridisch en moreel problematisch is.
Als extra context: het debat over preventieve versus preëmptieve oorlogsvoering en de rol van parlementaire bevoegdheden is al langer onderwerp van internationaal en nationaal politiek conflict; Marshall gebruikt die klassieke kaders om te pleiten voor het terugtrekken van steun voor wat hij als illegitieme militaire stappen beschouwt.