Waarom de allerrijksten soms minder belasting betalen dan de middenklasse

woensdag, 6 mei 2026 (20:48) - Het Parool

In dit artikel:

Het Centraal Planbureau (CPB) waarschuwt dat inkomens- en vermogensongelijkheid in Nederland blijft toenemen en dat het belastingstelsel daar onvoldoende tegen werkt — soms vergroot het de verschillen zelfs. Op basis van gegevens over de afgelopen jaren (met nadruk op 2011–2019) constateert het CPB dat een steeds grotere proportie van het totale inkomen naar de rijkste 1 procent stroomt. De allerhoogste top (0,01 procent) zag het reële inkomen met circa 70 procent stijgen, terwijl bij 99 procent van de bevolking het reële inkomen gemiddeld met 4–8 procent toenam.

Belangrijke oorzaken liggen in fiscale regels: hoge inkomens bestaan vaak uit winsten uit hun eigen bv die in box 2 vallen. Door winsten in de bv te laten zitten kunnen belastingen uitgesteld worden; als die winsten direct waren uitgekeerd, zou de effectieve druk volgens het CPB rond de 45 procent liggen, tegenover ongeveer 28 procent die de allerrijken nu gemiddeld betalen. Ook dragen midden- en hogere inkomens 30–35 procent af, mede doordat sociale premies zijn gemaximeerd en dus relatief minder zwaar doorwerken voor hogere lonen.

Daarnaast versterkt de hypotheekrenteaftrek het bezit van woningen: het subsidieert huiseigenaren, drijft huizenprijzen op en vergroot de kloof tussen eigenaren en huurders en tussen starters met of zonder familiekapitaal. Daardoor hangt het vermogen van kinderen steeds sterker samen met dat van hun ouders, wat kansenongelijkheid vergroot en de toegang tot onderwijs, zorg, arbeids- en woningmarkt kan belemmeren.

Het CPB pleit voor fiscale hervormingen: beperk de mogelijkheid tot belastinguitstel, schaaf regelingen die hun doel missen — zoals de hypotheekrenteaftrek — af, en gebruik de vrijgekomen middelen om kansarme gezinnen te steunen, wat volgens het CPB zowel eerlijker als gewin voor de totale welvaart zou zijn.