Waarom blokkeerde Den Haag parlementaire enquête naar Fortuyn in 2002?
In dit artikel:
Onderzoeksjournalist Hans Izaak Kriek trekt in zijn nieuwe video en boek Pim Fortuyn – Moord op bestelling? de conclusie dat het uitblijven van een parlementaire enquête naar de moord op Pim Fortuyn in 2002 geen ongeluk was, maar een bewuste politieke keuze. Een parlementaire enquête — het zwaarste controlemiddel van de democratie, met verplicht verschijnen en eedaflegging — werd toen afgewezen door een ruime Kamermeerderheid (D66, PvdA, CDA, VVD en GroenLinks), terwijl hetzelfde instrument dat jaar wél voor de bouwfraude werd ingezet. Volgens Kriek diende die blokkade om te voorkomen dat ministers en topambtenaren onder ede zouden moeten verklaren over gebrekkige beveiliging en de informatieketens binnen de AIVD voorafgaand aan de aanslag op Fortuyn (6 mei 2002, Hilversum).
Kriek stelt concrete vragen die volgens hem onbeantwoord en doelbewust weggedrukt zijn: waarom werden stafleden van Binnenlandse Zaken en AIVD-functionarissen voorbereid op verhoren door zijn bedrijf Brainbox Mediatraining, en door wie was die voorbereiding gelast? Waarom is een AIVD-analist die op de hoogte was van een concrete dreiging vanuit links niet officieel gehoord — en wie besliste om die insider buiten het formele onderzoek te houden? Dergelijke verhoren onder ede hadden mogelijk onthullingen afgedwongen die de politieke en ambtelijke top in verlegenheid hadden gebracht.
Kriek wijst op een dubbele standaard: waar falend toezicht in andere landen tot strafrechtelijke stappen leidde, zouden in Nederland verantwoordelijken zijn beloond met onderscheidingen en voortgezette carrières. Emeritus hoogleraar Paul Cliteur noemt in het voorwoord de bewering dat betere beveiliging de moord sowieso niet had kunnen voorkomen “puur speculatief” en daarmee een handig motief om verantwoordelijkheid te ontlopen. De video-lezingen van Kriek bereikten meer dan 170.000 kijkers; toch blijven media en politiek volgens hem zwijgen. Kriek belooft door te gaan met publiceren zolang de kernvragen — wie bepaalde de uitsluiting van de AIVD-analist en wat wist de politieke top echt — onbeantwoord blijven. Na 24 jaar, zo betoogt hij, blijft het ontbreken van openbaarheid en verantwoording een hardnekkig democratisch probleem.