Waarom Amsterdam een eigen warmtebedrijf wil: 'De markt doet het niet meer'

woensdag, 15 april 2026 (09:02) - Het Parool

In dit artikel:

Amsterdam maakt een concrete stap richting een publiek warmtebedrijf: de gemeente sluit een samenwerkingsovereenkomst met netbeheerder Alliander en staatsbedrijf EBN, waarbij alle drie partijen een gelijk aandeel van 33 procent krijgen. Ook de buurgemeente Diemen haakt aan. Gezamenlijk willen ze buiten de al aangesloten wijken nieuwe warmtenetten en duurzame warmtebronnen verkennen; later dit jaar presenteren ze een portfolio van geschikte buurten. Het eindbeeld is één openbaar warmtebedrijf voor de hele regio, inclusief momenteel commerciële netten zoals die van Vattenfall — een stap die eerder ook door adviseurs richting het rijk is geopperd: commerciële netten zouden moeten worden overgenomen.

De drive achter het initiatief is tweeledig: de gemeente ziet warmtenetten als de snelste manier om veel CO2 te besparen en als hét alternatief voor aardgas in grote delen van de stad, en het moet bewoners meer zekerheid geven in tijden van energie- en prijsonzekerheid. Wethouder Zita Pels benadrukt dat lokaal eigendom consumentenvertrouwen moet vergroten en dat Amsterdam onafhankelijker wil worden van geïmporteerde fossiele warmte. Ze wijst erop dat de markt — exemplified by Vattenfall — niet langer bereid is om bestaande buurten aan te sluiten omdat dat niet rendabel zou zijn, waardoor de gemeente zelf in actie wil komen.

Diemen wijst op de regionale dimensie van warmte-infrastructuur: warmteleidingen stoppen niet bij gemeentegrenzen en bronnen liggen vaak buiten de eigen gemeente. Diemen heeft al afspraken in de maak, onder meer een intentie met datacenter Equinix over restwarmte en een warmtebuis onder de A10 die duizenden woningen in Diemen kan verwarmen.

Tegelijkertijd klinkt er harde waarschuwing uit het ambtelijke apparaat. In de Nota Begrotingsruimte adviseren ambtenaren de nieuwe gemeenteraad terughoudendheid: zolang het landelijke kader — inclusief garanties voor betaalbaarheid en financiering — niet duidelijk is, kan Amsterdam niet verantwoord besluiten tot grootschalige investeringen. De kosten zijn substantieel: Pels schatte vorig jaar de totale investering in warmtenetten op ongeveer 7,6 miljard euro; ambtenaren wijzen erop dat het om honderden miljoenen tot miljarden kan gaan en dat de gemeente dat niet alleen kan dragen.

Pels erkent de afhankelijkheid van landelijke maatregelen en zegt dat een publiek warmtebedrijf er alleen komt als het kabinet stappen zet om de betaalbaarheid te verbeteren en investeringsdrempels voor gebouweigenaren te verlagen. Tegelijkertijd wil ze voorbereid zijn: “We beginnen natuurlijk niet met honderd warmtenetten tegelijk, maar met een buurt waar mensen er zelf al mee bezig zijn geweest,” stelt ze, zodat Amsterdam direct kan opschalen zodra het rijk zekerheid biedt.

Kort samengevat: Amsterdam, Alliander en EBN (plus Diemen) leggen organisatorische en bestuurlijke fundamenten voor een regionaal, publiek warmtebedrijf om de warmtetransitie te versnellen en lokale zeggenschap te versterken. De realisatie staat echter onder druk door onzekere landelijke beleids- en financieringskaders en de hoge investeringskosten, waardoor verdere voortgang afhankelijk blijft van kabinetsmaatregelen en aanvullende financiële garanties.