Waarom Ajax telkens in de tweede helft door het ijs zakt: 'Dit los je niet in vier weken op'

dinsdag, 5 mei 2026 (18:17) - Het Parool

In dit artikel:

Ajax kampt dit seizoen met een structureel fysieke terugval die vooral zichtbaar wordt na rust: sterke eerste helften worden vaak gevolgd door inzakken, kramp en verlies van controle. Interim-trainer Óscar García noemde de fysieke staat van zijn spelers “zorgelijk”. Dat probleem kwam de afgelopen weken scherp naar voren, bijvoorbeeld tegen NAC (veel spelers met kramp in tweede helft) en afgelopen zaterdag tegen PSV, waar Ajax na een goede fase weer volledig stilviel en in de slotminuten capituleerde.

De cijfers verduidelijken het beeld: in 2026 scoorde Ajax 21 keer in de eerste helften, maar slechts 8 keer na rust; tegendoelpunten stegen van 4 (eerste helft) naar 13 (tweede helft). Ook verdriedubbelde het aantal schoten dat Ajax na rust incasseerde (van 50 totaal in alle eerste helften naar 125 na rust). Daarnaast daalt balbezit en passing-accuratesse bij tegenstelde tactische aanpassingen en groeit het percentage verloren duels gemiddeld met 5 procent na de thee. Deze patronen verklaren comebacks van tegenstanders: Telstar, Go Ahead Eagles en Excelsior knokten zich terug van grote achterstanden, en teams als Olympiakos, Groningen en Twente droegen Ajax in de tweede helft op de knie.

Meerdere oorzaken liggen aan de basis. De voorbereiding en conditievorming waren gefragmenteerd: veel aankopen misten de voorbereiding of kwamen laat (Itakura, Gloukh, Dolberg, Tomiyasu), en de seizoensopbouw werd verstoord. Ajax bracht bovendien veel jonge spelers snel in het eerste elftal (Aaron Bouwman, Rayane Bounida, Sean Steur, Jorthy Mokio), die wel goede wedstrijden speelden maar moeite hebben met het volhouden van hoge intensiteit over 90 minuten. Technisch/human resources-redenen spelen ook: er waren in één jaar vier verschillende hoofdtrainers, wat leidt tot wisselende trainingsmethoden en planningen — en dat verhoogt het risico op blessures wanneer acute belastingen plots hoger liggen dan chronische belastbaarheid.

Verder speelde de terugkeer naar Europees topniveau (Champions League) een rol: acht zware Europese duels met korte hersteltijden verhogen cumulatieve vermoeidheid en pijntjes. Oud-trainer Francesco Farioli pleitte eerder voor meer fysieke types en betere herstelvoorwaarden, maar die prioriteit leek niet dominant bij de transferstrategie: dure aankopen waren vooral kleine, technisch ingestelde aanvallers in plaats van fysiek robuuste spelers. Marijn Beuker signaleerde het probleem van belastbaarheid en probeert via kleinere elftallen in de jeugd meer wedstrijdintensiteit en duels te creëren.

Kort samengevat: het tekort aan consistente voorbereiding, late transfers, een hoge speelbelasting door Europa, snelle integratie van jeugdspelers en voortdurende trainerwisselingen hebben geleid tot een ploeg die halverwege wedstrijden inzakt. Oplossen is volgens García geen kwestie van weken; het vergt structurele aanpassingen in trainingsopbouw, selectiebeleid en loadmanagement. Ter illustratie: concurrenten met stabiele selecties en een vaste staf, zoals PSV, behouden doorgaans beter hun niveau na rust, iets waar Ajax naar zal moeten streven om deze terugval te keren.