Waarom advocaten gewoon gedwongen moeten worden om Ridouan Taghi bij te staan
In dit artikel:
Alle strafrechtadvocaten in Nederland zijn benaderd om hoofdverdachte Ridouan Taghi te verdedigen in het hoger beroep van het Marengo-liquidatieproces — en niemand heeft zich bereid verklaard. Het dekenberaad, dat toezicht houdt op de orde van advocaten, gaf na een acht weken durende zoektocht officieel aan te hebben gefaald: in de eindfase verklaarden kandidaten dat de persoonlijke risico’s en impact onacceptabel waren.
Taghi, eerder veroordeeld tot levenslang voor een serie liquidaties, staat centraal in één van de meest gevoelige georganiseerde‑misdaadzaken van het land. De aarzeling onder advocaten wordt uitgelegd door de problematische geschiedenis rond eerdere raadslieden: zijn neef Youssef kreeg 5,5 jaar cel wegens het doorsluizen van berichten; ook voormalig advocaten Inez Weski en Vito Shukrula worden verdacht; en Michael Ruperti trok zich terug nadat zijn integriteit ter discussie kwam. Het dekenberaad liet het nieuws anoniem via een PR‑bureau uitgaan, wat volgens waarnemers illustreert hoe sterk de dreiging nog wordt gevoeld.
Hoogleraar strafrecht Sven Brinkhoff wijst op de impasse: "Als niemand opstaat zit je in een impasse", en benadrukt het fundamentele recht op verdediging: "Het is een fundamenteel recht een advocaat te hebben." Het gerechtshof overweegt om door te gaan zonder verdediging en daarbij deels rechters taken van de advocaat te laten overnemen — een oplossing die door critici als onwerkbaar en onwenselijk wordt bestempeld, omdat rechters moeten oordelen, niet verdedigen.
Het artikel signaleert dat angst nooit een reden mag zijn om de rechtsstaat te laten ontsporen en pleit voor overheidsingrijpen: als de advocatuur faalt moet de staat een team van topadvocaten aanwijzen en desnoods verplichten met maximale beveiliging om zo het recht op een eerlijk proces te waarborgen. Tegelijk bestaat discussie over de wenselijkheid van gedwongen aanstelling; Brinkhoff noemt zo’n aanwijzing "geen optie", wat het dilemma verdiept.
Kortom: Nederland staat voor een precedentloze juridische klem: een extreem gevaarlijke verdachte zonder beschikbare raadsman, groeiende zorgen over veiligheid van verdedigers, en urgente keuzes over hoe het hoger beroep rechtmatig en eerlijk kan doorgaan zonder het fundament van het strafproces te ondermijnen.