Waarheid of nepverhaal over de missie naar de maan van Apollo 11
In dit artikel:
Op 20 juli 1969 zette Neil Armstrong als eerste mens voet op de maan; kort daarna volgde Buzz Aldrin. Michael Collins bleef in de commandomodule in een baan om de maan. De Apollo 11-missie vertrok op 16 juli vanaf Kennedy Space Center en duurde tot de splashdown in de Stille Oceaan in totaal 8 dagen, 3 uur en 18 minuten. Armstrong verliet de lander Eagle om 22:56 uur (oostkust VS) en samen met Aldrin bracht hij ongeveer 2 uur en 31 minuten buiten door, waarbij ze 21,5 kg maanstenen verzamelden en wetenschappelijke instrumenten installeerden.
De vraag of de maanlanding echt plaatsvond leeft nog altijd; complottheorieën circuleerden al kort na de missie en kregen grote aandacht na het boek van Bill Kaysing uit 1976. Enquêtes laten zien dat twijfel leeft: in 2019 dacht 6% van de Amerikanen dat de landing in scène was gezet, in sommige andere landen lopen die percentages hoger op.
Veel gangbare tegenwerpingen zijn echter goed te weerleggen:
- De Amerikaanse vlag leek te "wapperen" omdat die met een horizontale stang werd uitgezet; plooien uit transport en beweging tijdens plaatsing veroorzaken de illusie. Op video staat de vlag stil.
- Sterren ontbreken op foto's door belichtingsinstellingen gericht op fel verlichte voorgronden; dat is normale fotografische fysica.
- Ogenschijnlijke verschillende schaduwrichtingen komen door perspectief en ongelijk terrein; de zon bleef de enige lichtbron.
- De Van Allen-stralingsgordels werden snel doorkruist via trajecten met minimale stralingsbelasting; de totale dosis voor de bemanning was laag (ongeveer tientallen millisievert).
- Hoewel de computer aan boord veel minder rekenkracht had dan moderne smartphones, volstonden de toen beschikbare wiskundige modellen en navigatiesystemen.
Het bewijs dat de landingen echt waren is zwaarwegend: in totaal werden honderden kilo’s maansteen naar aarde gebracht (Apollo-programma ~382 kg), er zijn nog werkende laserreflectoren op het maanoppervlak, onafhankelijke observaties en tracking door bijvoorbeeld de Sovjet-Unie en talloze wetenschappelijke analyses. Ruim 400.000 mensen werkten aan het Apollo-programma, wat grootschalige vervalsing onwaarschijnlijk maakt.
Tussen 1969 en 1972 landde NASA nog vijfmaal succesvol; in totaal hebben twaalf mensen op de maan gestaan (allen mannen, allen Amerikanen). De laatste was Eugene Cernan in december 1972. NASA’s Artemis-programma streeft ernaar in de komende jaren mensen weer op de maan te zetten.