'Waar mensen buiten de Randstad je altijd een fijne dag wensen, krijg je in Amsterdam vooral angstige blikken'
In dit artikel:
Axel Koevermans, lezer van Het Parool, merkt in een ingezonden brief dat Amsterdammers steeds minder vaak eenvoudige beleefdheden uitwisselen. In tegenstelling tot buiten de Randstad — waar een knikje, “goedemorgen” of een kort praatje tijdens het uitlaten van de hond normaal is — krijgt hij in Amsterdam meestal ontwijkende blikken en het gevoel dat mensen denken dat je iets van hen wil. Volgens hem dragen oordopjes, zonnebrillen, designkleding en elektrische fietsen bij aan die afstandelijkheid.
Koevermans onderscheidt twee soorten begroetingen: die in dienstverlenende situaties (ober, kassière, stewardess) en de spontane, wederkerige groet tussen toevallige voorbijgangers. Interessant genoeg werkt juist de laatste in plaatsen waar mensen letterlijk niets te verbergen hebben, zoals in sauna’s en kleedkamers. Daar, tussen naakte of in een handdoek gehulde bezoekers, ontstaat volgens hem sneller een ontnuchterende, menselijkere verbinding; wanneer iemand de sauna verlaat, is een “fijne dag” volgens hem zonder uitzondering gebruikelijk.
Hij suggereert dat het ontbreken van afleiding en maskers in die setting drempels verlaagt en contact vergemakkelijkt. Koevermans pleit niet voor massale naaktheid, maar wel voor meer oogcontact, een glimlach of een korte groet in het dagelijks leven — kleine handelingen die de sociale kou in de stad kunnen breken. Contextueel past zijn observatie in bredere discussies over anonimiteit en sociale afstand in stedelijke omgevingen.