Waar kan Amsterdammer wél wateren? Niet iedereen heeft 75 euro per jaar voor verlichting van geest en blaas
In dit artikel:
Communicatieadviseur Sanne Minnema pleitte in Het Parool voor het verdwijnen van de Amsterdamse plaskrullen en vervanging door gesloten, toegankelijke straattoiletten. Columniste Sylvia Witteman reageert met scepsis: gesloten wc-units bestaan wel maar zijn vaak buiten werking of doelwit van vandalisme. Ze beschrijft een voorbeeld bij het Leidseplein waar een automatisch reinigend toilet op het bord stond, maar de deur al lange tijd vastzat — en dat de laatste keer dat hij open was er een slapende man in lag.
Witteman wijst erop dat plaskrullen hun eigenlijke verdienste hebben: ze zijn simpel, robuust en moeilijk kapot te maken. Tegelijk erkent ze het probleem dat deze voorzieningen alleen praktisch zijn voor mannen; vrouwen hebben er niets aan omdat ze van onderen open zijn. Museumbezoekers kunnen soms een toilet gebruiken via de Museumkaart, maar dat is geen realistische oplossing voor iedereen vanwege de kosten. Hulpmiddelen om staand te plassen voor vrouwen noemt ze onhandig en onaangenaam.
Het grootste bezwaar tegen de voorgestelde gesloten units is volgens Witteman vandalisme: een beetje kauwgom of een ijsstokje kan al genoeg zijn om de automatisering te doen falen. Haar pragmatische alternatief is eenvoudig en goedkoop: behoud de bestaande krullen, maar bouw aan de onderzijde een gietijzeren plaat met een afvoeropening in de grond, zodat de voorziening minder open en iets bruikbaarder wordt voor meer mensen. Ze erkent dat het nog steeds kan stinken, maar benadrukt dat een openbare wc nu eenmaal geen bloemenkraam hoeft te zijn.
Kort samengevat pleit Witteman voor praktische, robuuste oplossingen die rekening houden met vandalisme en betaalbaarheid, in plaats van dure, kwetsbare technologieën die vaak buiten gebruik raken.