WAANZIN: Orbán onthult dat Brussel 800 MILJARD euro aan belastinggeld in Oekraïens zwart gat wil storten

zaterdag, 17 januari 2026 (12:37) - Dagelijkse Standaard

In dit artikel:

In januari 2026 heeft Hongaarse premier Viktor Orbán op X een alarmistische rekensom gepresenteerd: volgens hem kost steun aan Oekraïne de EU ongeveer 800 miljard euro over de komende tien jaar. Dat cijfer vormt het uitgangspunt van een scherpe aanval op het Europese beleid vanuit een Nederlands rechts-populistisch perspectief. De auteur gebruikt Orbáns berekening om te stellen dat Brussel belastinggeld “verkwist” aan een oorlog die, naar hun mening, niet op het slagveld gewonnen zal worden en waarvan de kosten nooit op Rusland verhaald zullen kunnen worden.

De kernpunten uit het stuk:
- Wie: Viktor Orbán (Hongarije) wordt opgevoerd als de enige “volwassen” Europese leider die het durft te zeggen; in Nederland worden vooral VVD, CDA, D66, GroenLinks-PvdA en politici als Rob Jetten en Jesse Klaver bekritiseerd. FVD-politici zoals Lidewij de Vos en Thierry Baudet worden geprezen omdat zij tegen de uitgaven zouden zijn.
- Wat: een bewering dat de EU de komende tien jaar 800 miljard euro aan hulp en herstel voor Oekraïne zal besteden, en dat dit ten koste gaat van binnenlandse prioriteiten zoals pensioenen, zorg en wonen.
- Wanneer en waar: de kritiek is geuit in januari 2026 en richt zich op beslissingen in Brussel en de politieke reactie in Den Haag.
- Waarom: de auteur betoogt dat Europa een onrealistische strategie volgt — vasthouden aan financiële en militaire steun in de veronderstelling dat Rusland uiteindelijk zal verliezen en reparaties zal betalen — en dat deze politiek de nationale economie en koopkracht van burgers schaadt.

Het betoog combineert politieke analyse met retorische oproepen: de EU zou geld lenen en bijdrukken, wat inflatie en verminderde koopkracht veroorzaakt; men vreest dat eventuele herstelbetalingen van Rusland niet zullen komen en dat geopolitieke veranderingen (zoals een Amerikaanse koers onder president Trump) een einde kunnen maken aan verdere steun. De auteur concludeert dat nationale leiders prioriteit moeten geven aan hun eigen burgers en roept lezers op FVD en “onafhankelijke” media te steunen als verzet tegen het Europese beleid.

Kortere context: cijfers over de totale kosten van steun aan Oekraïne variëren sterk, afhankelijk van wat precies wordt meegerekend (militaire hulp, humanitaire hulp, herstel en wederopbouw, economische steun) en hoe kosten over tijd en landen worden verdeeld. Ook zijn er politiek-contentieuze vragen over de verhouding tussen leningen en giften, mogelijkheden om Russische activa aan te spreken, en de mate waarin aandeelhouders van EU-besluiten (lidstaten, parlementen) bereid zijn langdurige betalingen te dragen.

De tekst is primair een politiek pamflet: het gebruikt Orbáns berekening als uitgangspunt voor een breed critique van EU-beleid en Nederlandse centrum-links en centrum-rechts partijen, prijst kritische, nationalistische partijen en sluit af met een mobiliserende oproep tot steun.