VVD-minister Heinen veegt aangenomen motie van tafel: de Kamer mag niet zien wat jouw AOW kost als de wet wordt gevolgd

zaterdag, 7 november 2026 (07:06) - Dagelijkse Standaard

In dit artikel:

Minister van Financiën Eelco Heinen (VVD) weigert een door de Tweede Kamer gevraagde berekening te laten maken van de toekomstige AOW-uitgaven en staatsschuld. De Kamer nam in mei met 147 van de 150 stemmen een motie van ChristenUnie-Kamerlid Grinwis en SGP-Kamerlid Flach aan. Ook de VVD, D66 en het CDA steunden die oproep.

De motie vroeg om een alternatief voor de gebruikelijke raming van het Centraal Planbureau (CPB). Het CPB gaat voor 2060 uit van een AOW die meegroeit met de totale loonontwikkeling, maar die koppeling staat volgens de motie niet letterlijk in de wet. De Kamer wilde daarom weten wat de kosten zouden zijn als de AOW uitsluitend volgens de wettelijke systematiek zou stijgen, onder meer op basis van de contractloonontwikkeling.

Volgens de motie had het CPB de vraag eerder niet beantwoord en verwees het ministerie van Financiën voor die berekening terug naar het planbureau. In zijn brief aan de Kamer schrijft Heinen dat hij, hoewel hij de achterliggende redenen begrijpt, een alternatieve kabinetsraming niet wenselijk vindt. Hij noemt de berekening fundamenteel onzeker, omdat de ontwikkeling van lonen, rente, bevolking en andere factoren tot 2060 niet betrouwbaar te voorspellen is. Ook stelt hij dat het ministerie onvoldoende instrumenten heeft om alle indirecte effecten door te rekenen. Daarnaast benadrukt hij de onafhankelijke positie van het CPB.

Het artikel betoogt dat die bezwaren niet overtuigen, omdat ook de bestaande AOW-ramingen tientallen jaren vooruitkijken. Een eigen berekening met duidelijke onzekerheidsmarges zou volgens de auteur juist nodig zijn voor een zorgvuldig debat over de AOW-leeftijd en de betaalbaarheid van de regeling. De discussie kreeg extra gewicht nadat het kabinet eerder wilde dat de AOW-leeftijd sneller zou stijgen, maar daar na een BBB-motie van afzag. Die beslissing werd toen als een structurele begrotingstegenvaller aangemerkt.

Heinen verwijst verder naar CPB-berekeningen waaruit blijkt dat de AOW in 2026 ongeveer 8 procent lager zou zijn geweest als die sinds 1998 alleen de contractlonen had gevolgd. Volgens de minister is de wettelijke koppeling breder en houdt die ook rekening met de rol en bijsturingsbevoegdheid van de regering. Daarmee lijkt het kabinet ruimte te behouden om de regeling aan te passen.

De auteur roept de partijen die vóór de motie stemden op Heinen alsnog tot uitvoering te dwingen en de gevraagde raming nog dit jaar te laten verschijnen. Ook wordt gepleit voor een wettelijke garantie dat de AOW met de lonen meegroeit, zodat de hoogte van de uitkering minder afhankelijk is van aannames en politieke bijsturing.

BEKIJK OOK:

Vandaag Inside: Johan Derksen stoort zich aan politicus: ‘Praatjesmaker en een luchtfietser!’