VVD Ingrid Michon furieus over doxingsite: 'Te walgelijk voor woorden' - hosts medeverantwoordelijk, site 8 jaar online met kinderdata

vrijdag, 13 februari 2026 (12:37) - Dagelijkse Standaard

In dit artikel:

Al bijna acht jaar draait er een Nederlandse website die systematisch aan doxing doet: privégegevens van mensen — adressen, telefoonnummers, schoolnamen en in enkele gevallen naaktfoto’s — worden daar openbaar gezet om te intimideren, bedreigen of af te persen. Het RTL Nieuws‑onderzoek toont dat duizenden Nederlanders als doelwit op die site staan, waaronder naar schatting 200–259 minderjarigen en scholieren. Slachtoffers blijven zichtbaar tenzij ze betalen: circa 80 dollar voor tijdelijke verwijdering, 400 dollar voor verwijdering ‘voor altijd’.

De beheerder verdient aan dit model; sinds 2024 is doxing strafbaar, maar politie en Openbaar Ministerie hebben de site nog niet offline gekregen. Deze lacune leidt tot groeiende politieke verontwaardiging in de Tweede Kamer. Een brede meerderheid (onder meer D66, GroenLinks‑PvdA, VVD en JA21) eist snelle acties: directe offlinebevelen, internationale samenwerking en strafrechtelijke aanpak van dader(s). Kamerlid Barbara Kathmann benadrukt dat elke seconde telt bij het verwijderen van persoonsgegevens en pleit voor een toezichthouder die razendsnel kan ingrijpen. VVD‑woordvoerder Ingrid Michon‑Derkzen wijst erop dat ook hostingbedrijven verantwoordelijkheid moeten dragen; zonder servers zou zo’n site niet kunnen bestaan.

Het meest schrijnende element is het aandeel kinderen onder de slachtoffers: ouders zien het privéleven van hun kind publiekelijk worden getoond en misbruikt voor afpersing. De zaak illustreert dat cyberpesten niet langer incidenteel is maar een uitgebouwd, winstgericht systeem. Politieke en juridische stappen die genoemd worden zijn onder andere snelle offlinebevelen, aansprakelijkheid van hosts en intensievere handhaving, maar het lukt vooralsnog niet eenvoudig vanwege de technische en vaak internationale infrastructuur waarop zulke sites draaien. De centrale vraag is niet meer of er ingegrepen moet worden, maar hoe snel en doeltreffend dat kan gebeuren.