Vuur vreet zich over de Veluwe: „Het is immens, ik zag vlammen tot hoog in de bomen"

woensdag, 29 april 2026 (20:52) - Reformatorisch Dagblad

In dit artikel:

Natuurbrandexpert Gerrit Veldman trof woensdagmiddag op de Veluwe een groot bosbrandterrein aan op een militair oefenterrein bij Oldebroek (tussen Epe en ’t Harde). In zijn brandweerwagen hing de geur van rook; Veldman zag het vuur “tot hoog in de bomen” oplaaien en waarschuwde zeven terreinbeheerders om slagbomen te openen zodat hulpdiensten vrij kunnen passeren. De wind speelde een cruciale rol: “De wind is onze grote vijand,” zei hij, omdat rukwinden het vuur kunnen aanwakkeren.

Drie Chinook‑helikopters waren in actie met oranje bluszakken van circa 9 kubieke meter die water op de staande vlammen dumpten. Rond 17.00 uur bestreed ongeveer vierhonderd brandweerlieden, verdeeld over vier pelotons, de brand die zich over een strook van ruim twee kilometer breed uitstrekte; de diepte van de vuurhaard varieerde lokaal van enkele meters tot mogelijk honderd meter. Rookwolken reikten zo ver dat ze tot honderden kilometers ver zichtbaar waren, zelfs vanuit Engeland. Er vielen geen gewonden en er werden geen evacuaties noodzakelijk geacht.

De marechaussee onderzoekt of de brand is ontstaan tijdens militaire oefeningen op het schietterrein; daarbij wordt munitie gebruikt en vonden explosies plaats, waardoor de kans op ontsteking aanwezig is. Brandweerwoordvoerster Maaike Stam lichtte de bestrijdingsstrategieën toe: het aanleggen van stoplijnen door te sproeien, zand op te werpen of brandbare vegetatie preventief te verwijderen. Bewoners in rookgevoelige plaatsen zoals Nunspeet werd geadviseerd ramen en deuren dicht te houden.

Vrijwilligers uit de regio, zoals Jacqueline Neihof uit Apeldoorn, ondersteunen de hulpdiensten met eten en drinken en maken zich zorgen om de dieren in het getroffen natuurgebied. Veldman prees brede bos‑paden en minder brandgevoelige boomsoorten (bijv. berken) als belangrijke aspecten om verdere verspreiding te beperken. Het onderzoek naar de precieze oorzaak loopt nog; de impact op het kwetsbare recreatie‑ en natuurgebied wordt groot geacht.