VS laat spierballen zien bij Iran, 'maar aanval zal regime niet omverwerpen'
In dit artikel:
Een grote Amerikaanse oorlogsvloot, onder leiding van het vliegdekschip USS Abraham Lincoln, is gisteren aangekomen voor de Iraanse kust. President Donald Trump zei dat de vloot “groter dan die in Venezuela” is; het optreden van de VS volgt op weken van opbouw in de regio en roept vergelijkingen op met eerdere Amerikaanse dreigingen. Of dit een voorbode is van een aanval blijft onduidelijk, maar militairen en analisten zien de aanwezigheid van de slagkracht als een duidelijk machtsmiddel dat zowel offensief als defensief inzetbaar is.
Militaire deskundigen wijzen erop dat een carrier strike group ongeveer vijftig gevechtsvliegtuigen meeneemt, ondersteund door escorte- en luchtafweerschepen met onder meer Tomahawk-kruisraketten en krachtige radarapparatuur. Daarnaast beschikt Washington over tientallen bases in het Midden-Oosten; een basis in Qatar werd recent tijdelijk ontruimd uit vrees voor Iraanse vergelding en is nu weer zwaar bewapend. Zo’n herbezetting kan volgens deskundigen een signaal zijn dat een aanval voorbereid wordt, maar het blijft afwachten of vliegtuigen of materieel daadwerkelijk vertrekken richting Iran.
Politiek is de vraag wat een eventuele bombardementencampagne zou moeten bereiken. Trump heeft herhaaldelijk geklaagd over de harde aanpak van afgelopen maand in Iran, waarbij naar verluidt ruim 6000 demonstranten zijn gedood, en eist dat ayatollah Ali Khamenei “betaalt”. Analisten zoals Martijn Kitzen (Universiteit Leiden) en Iran-expert Paul Aarts (Universiteit van Amsterdam) betwijfelen echter dat louter militaire druk het islamitische regime zal omverwerpen. Het machtsapparaat — in het bijzonder de Revolutionaire Garde en aan het regime gelieerde milities — is diep verweven met de economie en de staatsstructuren en zou waarschijnlijk tot het uiterste vechten om de macht te behouden.
Aarts waarschuwt bovendien dat een plotselinge val van de leiding kan leiden tot een gevaarlijk machtsvacuüm, met het risico op interne strijd tussen talrijke rivaliserende facties en mogelijk een burgeroorlog. Zelfbombardementen of gerichte aanvallen zouden misschien bepaalde doelen kunnen uitschakelen, maar structurele regimewisseling vereist politieke en maatschappelijke wisselwerking die niet met wapengeweld alleen te bereiken is.
Tegelijkertijd houdt Washington de diplomatieke optie open. De VS zou gesprekken willen over verregaande voorwaarden: verwijdering van al het verrijkte uranium, beperking van langeafstandsraketten, stopzetting van steun aan gewapende bondgenoten en beëindiging van eigen verrijking. Iran toont enige bereidheid tot overleg, maar heeft de harde eisen nog niet geaccepteerd. Een akkoord zou mogelijk economische verlichting kunnen geven — en daarmee enige ademruimte voor de bevolking die lijdt onder sanctie-geïnduceerde inflatie — maar biedt weinig garanties voor meer politieke vrijheden, aldus Aarts.