VS blijft Iran aanvallen ondanks claim van Trump dat oorlog 'voorbij' is
In dit artikel:
Amerika‑correspondent Erik Mouthaan zegt dat de oorlog allerminst voorbij is, maar dat president Trump met stevige woorden vooral Amerikanen wil geruststellen en zijn politieke profiel wil versterken. Tijdens een verkiezingstoespraak in Kentucky sprak Trump van een grote overwinning in de strijd tegen Iran en stelde dat er vrijwel niets meer is om te bombarderen; volgens Mouthaan is het doel ook duidelijk: kiezers in Republikeinse staten laten zien dat hij ‘de situatie onder controle’ heeft ahead of de parlementsverkiezingen in het najaar.
De militaire campagne blijkt duur en bloedig. Een achter gesloten deuren gegeven briefing van het Amerikaanse ministerie van Defensie noemt alleen al de eerste zes dagen een kostenpost van 11,3 miljard dollar; daarnaast vielen zeven Amerikaanse doden. De oorlog heeft ook economische gevolgen: handelsroutes in het Midden‑Oosten worden afgesloten, waardoor olie‑ en benzineprijzen stijgen. Trump reageerde door 127 miljoen vaten uit de nationale oliereserves vrij te geven en bagatelliseerde de prijsstijgingen richting het publiek.
Mouthaan benadrukt dat Trump vaak overdrijft in retoriek — alles is “het grootste” — en dat de realiteit van de operatie minder eenduidig is dan de president doet voorkomen. Volgens hem rekende Trump op een snelle, krachtige operatie (een ‘korte klap’) die snel een tegenstander zou verwijderen en daarna economisch voordeel zou opleveren. Als precedent wijst het artikel op een vermeende actie in januari tegen Venezuela en het staatshoofd Nicolás Maduro, gevolgd door onderhandelingen over toegang tot Venezolaanse olie. Tot slot merkt Midden‑Oostenverslaggever Floor Brands op dat het conflict zich inmiddels over veertien landen heeft uitgebreid, wat de complexiteit en de risico’s voor de regio vergroot.