Vrouwen moeten heel veel. Vooral van andere vrouwen

woensdag, 8 april 2026 (12:15) - De Groene Amsterdammer

In dit artikel:

Marja Pruis reflecteert in haar column (8 april 2026, nr. 15) op de manier waarop vrouwen elkaar bespieden, becommentariëren en soms beschadigen. Ze begint met een persoonlijk portret: ze beschouwt zichzelf als volgzaam, geneigd mee te gaan met wat anderen haar voorhouden, en zich aan te passen zodra er een kader om haar heen ontstaat — een relatie, vriendschap, werkplek of sociale norm. Daarom zoekt ze mensen op die wél duidelijk weten hoe het zit; hun stellige antwoorden geven haar houvast.

Vanuit die persoonlijke observatie trekt Pruis een bredere conclusie over vrouwelijke omgangsvormen. Ze signaleert dat vrouwen elkaar vaak corrigeren en kleineren in publieke discussies, vooral als een vrouw iets anders durft te zeggen of zichtbaar op de voorgrond treedt. Die zelfverzekerde, soms harde kritiek door vrouwen op andere vrouwen benoemt ze als een hardnekkig en dubbelzinnig fenomeen binnen feministische en publieke arena’s: enerzijds strijd voor doelen en principes, anderzijds onderlinge polarisatie en vernedering.

Als spiegel gebruikt ze het werk van Nora Ephron: Pruis haalt Ephron’s verhalen over vriendschap, teleurstelling en literaire vetes aan — en de observatie dat feministische hoogtijdagen ook gekenmerkt werden door overdreven ernst. Ze beklaagt zich over hoe afgeleide boodschappen (zoals de Nederlandse titel Koop nooit een rode jas) vrouwen voorschrijven hoe ze zich moeten gedragen of kleiden, wat volgens haar het plezier en de creativiteit onderdrukken.

Kortom: Pruis zet persoonlijke bekentenis en literaire voorbeelden in om te laten zien dat veel van wat vrouwen elkaar aandoen voortkomt uit onzekerheid, interne competitie en verlangens naar duidelijkheid. Ze roept impliciet op tot meer mildheid en ruimte voor onverwachte keuzes, in plaats van elkaar voortdurend te moraliseer- of kleineren.