Vrouwelijke rechters gediscrimineerd, kregen lager salaris dan mannen voor hetzelfde werk

donderdag, 5 maart 2026 (13:16) - NOS Nieuws

In dit artikel:

Het College voor de Rechten van de Mens oordeelt dat de Nederlandse staat vrouwen heeft gediscrimineerd die begonnen aan de opleiding tot rechter. Tussen 1994 en 2023 bepaalde de overheid het startsalaris door te vragen naar iemands laatstverdiende loon; doordat vrouwen gemiddeld minder verdienden, resulteerde die methode in systematisch lagere startsalarissen voor vrouwelijke kandidaten. Een onderzoek uit 2023 laat zien dat vrouwen daardoor gemiddeld 3,5 procent minder startten dan hun mannelijke collega’s.

Het College wijst er ook op dat verschillen tussen rechtspraktijken (bijvoorbeeld sociale vs. commerciële advocatuur) zulke ongelijkheden verder kunnen versterken wanneer mensen de rechterlijke macht ingaan. De Staat verdedigde het beleid als een geschikt en transparant middel om nieuwe rechters aan te trekken en ontwikkelde dit in overleg met sociale partners, maar het College stelt dat een middel pas gerechtvaardigd is als hetzelfde doel niet bereikt kan worden met minder onderscheid makende alternatieven.

De overheid heeft het inschalingsbeleid inmiddels aangepast en vraagt niet langer naar het laatstverdiende salaris. Het College roept de Staat op te onderzoeken of getroffen vrouwelijke rechters gecompenseerd kunnen worden, maar kan geen schadevergoeding afdwingen. De zaak was aangebracht door een stichting en drie individuele rechters; in elk van die persoonlijke klachten constateerde het College ongelijke beloning — in één geval bedroeg het bruto-verschil tussen een mannelijke en vrouwelijke collega bij gelijkwaardig werk ruim €1.900 per maand.