'Vrouwelijke advocaten niet meer 'raadsheer' noemen is een kleine, maar belangrijke stap'
In dit artikel:
Het gerechtshof Amsterdam voert een proef in waarbij de traditionele aanduiding ‘raadsheren’ op naambordjes in zittingszalen wordt vervangen door het genderneutrale ‘rechters in hoger beroep’. Parool-lezer Feike Otto van der Zee noemde die wijziging symboolpolitiek en pleitte vanuit traditie voor het behoud van de gebruikelijke benaming. Tegenreactie kwam van strafpleiters Rosa van Zijl en Willem Jebbink, rechters Valentina Zuiderbaan en André Verburg en officier van justitie Bruno Frakking, die deze kritiek als eenzijdig bestempelen.
De verdedigers van de proef benadrukken dat het initiatief niet raakt aan de inhoudelijke rechtspraak maar juist een bijdrage levert aan het terugdringen van maatschappelijke ongelijkheid. Zij wijzen erop dat het streven naar inclusieve taal samenhangt met grondwettelijke gelijkheidsnormen en internationale verplichtingen zoals het VN-vrouwenverdrag. Volgens hen vormt het aanpassen van functiebenamingen een eenvoudige, concrete stap die geen afbreuk doet aan de kerntaken van rechters, maar wel kan bijdragen aan ervaren gelijkheid en duidelijkheid in de rechtszaal.
Als parallel wordt het taalgebruik bij strafadvocaten aangehaald: waar vroeger ‘raadsman’ gebruikelijk was, is dat in de praktijk geëvolueerd naar ook ‘raadsvrouw’. De tegenstanders die vasthouden aan historische terminologie negeren volgens de respondenten dat taal ontwikkelt en dat verouderde benamingen barrières kunnen opwerpen voor vrouwen en verwarring veroorzaken voor rechtszoekenden. Het aanpassen van de bordjes ziet men daarom als een kleine maar betekenisvolle modernisering die past bij actuele gelijkheidsdoelen.
Vandaag Inside Oranje: Johan Derksen prijst locoburgemeester: 'Hem is een geweldig oor aangenaaid door D66'