"Vroeger was alles beter": Vlaming ziet toekomst somber in, vooral pessimisme bij kiezers Vlaams Belang en PVDA
In dit artikel:
Onderzoekers van de Universiteit Antwerpen en de Université Libre de Bruxelles peilden in maart 2026 voor VRT NWS, De Standaard en RTBF meer dan 5.000 Belgen in De Stemming naar hun politieke voorkeuren en maatschappelijke zorgen. Uit die bevraging blijkt dat pessimisme over de toekomst wijdverspreid is: in Vlaanderen voelt 65% zich eerder tot zeer pessimistisch; in Brussel en Wallonië is dat nog sterker, ongeveer driekwart van de bevolking.
Het sombere toekomstbeeld is sterk partijgebonden. Bijna negen op de tien kiezers van de radicaal-linkse PTB-PVDA en het radicaal-rechtse Vlaams Belang verwachten dat het verder bergaf zal gaan. Ook minderheids- en sociaaleconomische kenmerken spelen mee: mensen met lagere inkomens zijn duidelijk pessimistischer dan hogere inkomensgroepen. Opvallend is dat achterban van oppositiepartijen zoals Anders en Groen in Vlaanderen relatief minder pessimistisch is dan achterban van regeringspartijen als N-VA, CD&V en Vooruit.
Het vertrouwen in de werking van de Belgische democratie vertoont in 2026 een stabiel beeld ten opzichte van de eerdere stijging: lichte dalingen worden gezien in alle regio’s, alleen in Wallonië is die afname statistisch significant. Kiezers van de radicale partijen scoren echter veel lager op democratisch vertrouwen dan de rest van de bevolking, wat aansluit bij eerder onderzoek dat deze kiezers kritischer staan tegenover politieke instellingen.
De enquête bracht ook nostalgie in kaart via vier stellingen over politieke, economische, sociale en culturele achteruitgang. Een meerderheid in alle regio’s voelt dat het economisch vroeger beter was; in Vlaanderen en Wallonië leeft daarnaast vooral sociale nostalgie, terwijl Brusselaars vaker culturele achteruitgang signaleren. Net als bij het pessimisme komen Vlaams Belang- en PTB-PVDA-kiezers het vaakst overeen met de stellingen over “vroeger was alles beter”; in Wallonië scoren ook veel PS-stemmers hoog op die schaal. Lagere inkomens rapporteren bij alle dimensies meer achteruitgangsgevoelens dan hogere inkomens.
Professor Stefaan Walgrave, medeleider van het onderzoek, wijst erop dat dat collectieve ongenoegen een voedingsbodem vormt voor de groei van radicale partijen: in Wallonië en Brussel is PTB-PVDA de grootste stijger, terwijl in Vlaanderen zowel PVDA als Vlaams Belang onvrede kanaliseert. Walgrave benadrukt dat de achterbannen verschillen — bijvoorbeeld in opleiding, inkomen en ideologische focus (sociaal-economisch bij PTB, sociaal-cultureel bij Vlaams Belang) — maar dat gedeelde ontevredenheid hen verbindt.
De resultaten belichten hoe economische onzekerheid, politieke onvrede en nostalgische gevoelens samen centrales vormen in het hedendaagse Belgische politieke landschap en bijdragen aan verschuivingen en polarisatie bij kiezers.