Vroege interacties tussen broers en zussen bepalen sociale vaardigheden

donderdag, 26 februari 2026 (09:22) - NatureToday.nl

In dit artikel:

Wageningse onderzoekers hebben laten zien dat de manier waarop jonge dieren met hun broers en zussen omgaan in de eerste levensmaanden bepalend is voor hun sociale vaardigheden later. In een experiment met de Afrikaanse cichlide Neolamprologus pulcher (een tropische zoetwatervis) verdeelden Bruno Camargo dos Santos en collega’s direct na uitkomen jongen uit hetzelfde legsel willekeurig over drie opgroeiregimes en volgden hun ontwikkeling; de resultaten zijn 26 februari 2026 gepubliceerd in PNAS.

De drie behandelingen liepen de eerste drie levensmaanden: (1) een grote groep van 32 broers en zussen met onbeperkt contact, (2) een kleine groep van 8 met onbeperkt contact, en (3) ook 32 dieren maar opgesplitst in vier compartimenten van 8, zodat ze elkaar konden zien en ruiken maar niet fysiek met alle nestgenoten konden interacteren. Deze opzet maakte het mogelijk groepsgrootte los te zien van de mate van directe sociale interactie.

Gedurende de opgroeiperiode toonden vissen uit de grote, volledig contactrijke groep minder agressie en minder onderdanigheid, en juist meer affiliatief gedrag (meer samen zijn, meer volgen) dan vissen uit de kleine groep of uit de opgesplitste grote groep. Op vijf maanden werden alle dieren getest op sociale competentie door een grotere onbekende soortgenoot in hun territorium te introduceren — een conflictsituatie waarin strategisch onderdanig gedrag de kans op acceptatie als helper en op blijven in het territorium vergroot.

Vissen die als jong in een grote, vrij onderling contactrijke groep waren opgegroeid, reageerden vaker snel onderdanig bij aanvallen, toonden daarna minder agressie en werden vaker geaccepteerd. Dieren uit de opgesplitste grote groep scoorden over het algemeen tussen de kleine en de volledige grote groep in, wat aangeeft dat veel nestgenoten alleen voordeel oplevert als er ook echt interactie mogelijk is.

De studie illustreert dat sociale competentie niet vanzelf verschijnt maar in de vroege levensmaanden gevormd wordt door ervaringen met broers en zussen. Voor groepslevende soorten — en mogelijk met relevantie voor andere sociale dieren, waaronder mensen — zijn zowel het aantal soortgenoten als het daadwerkelijke contact met hen belangrijk voor latere succes in sociale situaties.