Vrees voor historisch lage opkomst verkiezingen: 'Bepaalde groepen laten het afweten'
In dit artikel:
Morgen vinden in 340 gemeenten de lokale verkiezingen plaats, waarin onderwerpen als wonen, parkeerbeleid, lokale lasten en de opvang van asielzoekers centraal staan. Uit de vorige gemeenteraadsverkiezingen blijkt dat veel kiezers wegblijven: de opkomst daalde naar 51 procent in 2022, tegenover bijna 59 procent in 2006, en politicoloog Hans Vollaard (Universiteit Utrecht) verwacht dat het dit jaar nog lager wordt.
Vollaard wijst erop dat lokale stemmen vaak minder gewicht krijgen in de beleving van partijen, media en burgers dan landelijke verkiezingen (waar de opkomst rond de 80 procent ligt). Bovendien stemmen bepaalde groepen structureel minder: praktisch opgeleiden, mensen met een migratieachtergrond en jongeren. Volgens hem leidt die ongelijke opkomst ertoe dat hun belangen minder goed terugkomen in gemeentelijk beleid. "Bepaalde groepen en wijken komen echt minder," zegt Vollaard.
Als eenvoudige maatregel noemt hij een herinvoering van de opkomstplicht — die in Nederland tot begin jaren 70 bestond — maar daarvoor is momenteel geen politieke wil. Praktischer zijn langetermijnmaatregelen om het gevoel van burgerplicht te versterken: opvoeding, burgerschapsonderwijs en initiatieven zoals verkiezingsfestivals op mbo-scholen. Vollaard benadrukt dat de overheid moet helpen, omdat de samenstelling van de opkomst daadwerkelijk de uitslag kan veranderen.