Vrees neemt toe voor lange energiecrisis die ook Europa gaat raken
In dit artikel:
De verwachting dat de energieconflict in de Golf snel voorbij is, neemt af; bedrijven en overheden bereiden zich voor op een langdurige energiecrisis met mogelijke tekorten die ook Europa kunnen raken. Analisten wijzen erop dat zelfs bij een spoedige wapenstilstand en vrije vaart door de Straat van Hormuz de prijsgevolgen langdurig voelbaar blijven. De olieprijs schommelt momenteel rond 100–110 dollar per vat en kan volgens sommige schattingen oplopen tot circa 150 dollar per vat.
Marktreacties zijn volatiel: nieuws uit de VS over mogelijke aanvallen op Iraanse energie-infrastructuur duwt de prijs omhoog, waarna politieke berichten over vredesonderhandelingen tijdelijk rust brengen. Recente gebeurtenissen leidden tot de grootste daling op Wall Street sinds het begin van het conflict; de Amerikaanse president reageerde kort daarna met een tijdelijke verlenging van een bombardementspauze. Tegelijkertijd neemt het aantal Amerikaanse troepen in de regio toe, onder meer met oog op strategische locaties zoals het olie-eiland Kharg en de kust van de Straat van Hormuz.
De grootste directe risico’s in Europa liggen bij kerosine en diesel. Shell waarschuwt dat de schaarste zich vanuit Zuid- en Zuidoost-Azië naar Noordoost-Azië en vanaf april vooral naar Europa kan verspreiden. Marktgegevens tonen een zorgelijke afname van beschikbare kerosine: de prijs van vliegtuigbrandstof stijgt harder dan die van ruwe olie. Diesel, veelal uit de Golfregio afkomstig, vormt ook een knelpunt voor binnenvaart en transport.
Nederland staat er fysiek relatief robuust voor door grote voorraden in de Rotterdamse haven en raffinagecapaciteit die momenteel meer produceert dan nationaal wordt verbruikt. Toch bestaat het risico dat stijgende prijzen kerosine onbetaalbaar maken voor luchtvaartmaatschappijen en diesel voor transportbedrijven. Prijsverschillen met buurlanden leiden al tot brandstoftankgedrag over de grens, wat de binnenlandse handelsstromen kan verstoren voordat er echt een tekort is.
Het kabinet vindt het nu te vroeg voor prijscompensatie aan consumenten; minister van Financiën Heinen waarschuwde dat bij een veel grotere wereldwijde crisis financiële ruimte nodig moet blijven voor hulp aan de meest kwetsbaren. Ondertussen is stilletjes de voorfase van het Landelijk Crisisplan Olie begonnen: oliemaatschappijen, handelaren en opslagbedrijven overleggen met de overheid over voorraden en maatregelen. In het uiterste geval bevat het plan opties als rantsoenering en exportbeperkingen, zodat brandstofprioriteit gaat naar vitale sectoren zoals voedselvoorziening, zorg en veiligheid.