Vrede tussen VS en Iran is nog ver uit zicht

vrijdag, 5 juni 2026 (20:38) - Reformatorisch Dagblad

In dit artikel:

Op 28 februari begonnen de Verenigde Staten en Israël een gezamenlijke aanval op Iran die meteen ingrijpende gevolgen had: een groot deel van de Iraanse politieke en militaire top werd uitgeschakeld — volgens het artikel ook opperste leider ayatollah Ali Khamenei — en aanvankelijk leek een snelle ontmanteling van Teherans vermogen tot agressie en mogelijk zelfs regimewisseling binnen handbereik. In plaats daarvan sloeg Iran hard terug. Niet alleen werden Israël en Iran's directe tegenstanders in de regio bestookt, ook vielen de Iraanse aanvallen de Arabische Golfstaten aan, met name de Verenigde Arabische Emiraten, wat vliegverkeer en economische activiteit verstoorde en het imago van de oliestaten als veilige investeringslocaties beschadigde.

Een van de belangrijkste stappen van Teheran was het afsluiten van de Straat van Hormuz, een strategische zeestraat waardoor een groot deel van de wereldolie stroomt. Die sluiting leidde tot stijgende olieprijzen en onrust op de financiële markten, waardoor het conflict plotseling mondiale economische gevolgen kreeg. Binnenlandse politiek in de Verenigde Staten speelde ook een rol: president Donald Trump benadrukte voortdurend dat hij geen eindeloos conflict wilde en suggereerde begin maart dat de oorlog vrijwel voorbij was. Een eerste staakt-het-vuren van twee weken trad pas in april in werking en werd later voor onbepaalde tijd verlengd, deels onder druk van de geopolitieke en economische consequenties.

Ondanks westerse verwachtingen heeft Iran de onderhandelingen systematisch weten te rekken en zijn eisen afwisselend aangepast — bijvoorbeeld door te vragen dat Israël stopt met strijd in Libanon of door voorwaarden te stellen omtrent het overdragen van hoogverrijkt uranium — waardoor een duurzame vredesregeling na honderd dagen nog niet in zicht is. De kernpunten van onenigheid blijven scherp tegenover elkaar staan: Washington eist dat Iran zijn nucleaire programma staakt, de Straat van Hormuz heropent en de steun aan regionale gewapende groepen beëindigt; Teheran vraagt als tegenprestatie erkenning van controle over Hormuz, vrijgave van bevroren tegoeden, opheffing van sancties en dat Israël de oorlog in Libanon staakt.

Militair heeft Iran aanzienlijke verliezen geleden, waardoor een deel van de directe bedreiging voor Israël is verminderd. Politiek en binnenlands blijft het regime echter overeind; een interne machtswisseling is niet gerealiseerd. Belangrijker nog: Iran heeft aangetoond dat het een conflict met een supermacht kan overleven en beschikt nu over een krachtig internationaal drukmiddel — de mogelijkheid om de wereldolievoorziening te beïnvloeden — waardoor het meer invloed heeft gekregen in latere onderhandelingen.

Samengevat heeft de oorlog na honderd dagen niet geleid tot beslissende regimeverandering of een bindend vredsakkoord. Beide partijen lijken weinig belang te hebben bij een nieuwe grootschalige escalatie, maar de fundamentele tegenstrijdige eisen en het feit dat Teheran de tempo en voorwaarden voor een eventuele uitweg bepaalt, maken dat een definitieve oplossing voorlopig onwaarschijnlijk.