Voortoets voor Drentse lelietelers is voorlopig van de baan. Er komen wel andere maatregelen, zoals driftreductie
In dit artikel:
Adviesbureau Schuttelaar & Partners concludeert in opdracht van de provincie Drenthe dat een wetenschappelijke voortoets voor een Drentse lelieteler op dit moment niet haalbaar is. De kernreden is dat er nog onvoldoende objectieve kennis bestaat over hoe gewasbeschermingsmiddelen zich verspreiden en in welke mate die stoffen Natura 2000-gebieden bereiken, waardoor een onderbouwde toetsing niet mogelijk is.
Als alternatief voert de provincie direct strengere voorschriften in voor de sierteelt. Telers moeten voortaan werken met spuitapparatuur die minimaal 95% driftreductie biedt, een maatregel die veel kwekers al hebben toegepast maar die nu verplicht wordt via een voorbereidingsbesluit zodat de maatregel vóór het inplanten over enkele weken ingaat. Ook handhavingsverzoeken worden aangescherpt: alleen percelen binnen één kilometer van een Natura 2000-gebied worden nog inhoudelijk behandeld; percelen dichter dan 250 meter blijven helemaal verboden voor bloembollenteelt. Tussen 250 meter en 1 kilometer gelden aanvullende eisen zoals bufferstroken, verduurzaming en nauwkeurige registratie van gebruikte middelen.
Daarnaast gaat de provincie zelf bodemmonsters nemen in Natura 2000-gebieden om aanwezigheid van bestrijdingsmiddelen uit de sierteelt en landbouw vast te stellen; de eerste metingen staan voor maart gepland. De aangescherpte regels worden binnenkort besproken in Provinciale Staten. Eerder bepaalde de Raad van State (april 2025) dat lelietelers moeten aantonen dat hun bedrijfsvoering geen significante effecten heeft op Natura 2000, tenzij zij bestaand gebruik kunnen aantonen bij langdurige, onveranderde bedrijven.