„Voortjakkerende en loeiende vlammen" teisterden bos en hei in 1976
In dit artikel:
In de droge zomer van 1976 werd Nederland geteisterd door een reeks bos- en heidebranden op de Veluwe, bij Arnhem, Ede, Elspeet, Rijen en elders in het land. De branden begonnen al in april in het Fochteloërveen en namen in juli en augustus gevaarlijke vormen aan door aanhoudende droogte en harde wind.
De zwaarste brand brak op 7 juli uit aan de noordrand van Arnhem. Daar werden tientallen brandweerploegen, Duitse hulpdiensten en duizenden militairen ingezet om een vuurzee tegen te houden die ook Burgers’ Dierenpark, campings, bedrijven, benzinestations en een begraafplaats bedreigde. Door een defecte brandweerauto, de droge ondergrond en wisselende wind liep het vuur snel uit de hand. Twee brandweerwagens gingen verloren, circa 400 hectare bos en heide brandde af, maar uiteindelijk vielen er geen dodelijke slachtoffers.
Later in de zomer bleef de situatie nijpend. Bij Ede veroorzaakte hitte zelfs een explosie bij het vullen van een tankwagen met vloeibaar gas, waarbij een chauffeur gewond raakte en honderden ruiten sneuvelden. Ook elders werden campings en gebouwen uit voorzorg ontruimd. De branden leidden tot meer aandacht voor betere coördinatie van de brandbestrijding, en tot strengere waarschuwingen om in droge bossen niet te roken of te barbecueën.
De Oranjezomer: Guido den Aantrekker wekt verbazing met verhaal over Thijs Römer: 'Schei uit!'