Voormalige Noorse premier vervolgd voor corruptie vanwege Epstein-banden
In dit artikel:
De voormalige Noorse premier Thorbjørn Jagland wordt vervolgd op verdenking van "grove corruptie" nadat e-mails uit de vrijgegeven Epstein‑documenten aantonen dat hij herhaaldelijk — alleen of met familie — huizen van Jeffrey Epstein in Parijs, New York en Florida bezocht. Die reizen vonden plaats ná Epsteins veroordeling in 2008 voor seksueel misbruik van minderjarigen. Een gepland bezoek aan Epsteins privé-eiland in de Caraïben ging niet door omdat Epstein ziek was.
Als gevolg van het onderzoek werden drie onroerende goederen van Jagland doorzocht; de oud-premier wordt ervan verdacht giften van Epstein te hebben aangenomen en zal naar verwachting binnenkort door Noorse autoriteiten worden ondervraagd. Tot voor kort kon hij niet strafrechtelijk worden vervolgd omdat hij als voormalig secretaris‑generaal van de Raad van Europa genoot van immuniteit; die immuniteit is nu opgeheven, waardoor vervolging mogelijk werd.
Jagland (75) ontkent de aantijgingen en zegt, via zijn advocaat, bereid te zijn mee te werken aan het onderzoek. Zijn politieke loopbaan omvatte onder meer het premierschap (1996–1997), het voorzitterschap van het Noorse parlement (2005–2009) en het voorzitterschap van het Nobelcomité voor de Vrede (2009–2015).
De zaak past in een bredere onthullingsgolf rond Epstein, die sinds de vrijgave van documenten wereldwijd politici, beroemdheden en leden van koningshuizen raakt. In Noorwegen ligt ook kroonprinses Mette‑Marit onder vuur vanwege haar contacten met Epstein. Epstein overleed in 2019 in zijn cel terwijl hij in afwachting was van berechting voor omvangrijk seksueel misbruik; hij zou naar schatting meer dan duizend slachtoffers hebben gemaakt.