Voormalig vijanden slaan de handen ineen in Mali: waar gaat deze gewelddadige strijd over?

woensdag, 29 april 2026 (07:31) - Het Parool

In dit artikel:

Afgelopen weekend werd Mali getroffen door een ongekende, gecoördineerde aanvalsgolf die het hele land trof, van militaire posten tot de hoofdstad Bamako. Tuareg-onafhankelijkheidsstrijders en jihadisten van Jama’at Nusrat al-Islam wal Muslimin (JNIM) — voorheen vijanden — werkten samen, rekruiteerden in dezelfde dorpen en deelden materieel om één gemeenschappelijke vijand te bestrijden: de Malinese staat.

Bij een zelfmoordaanslag met een autobom op het woonhuis van minister van Defensie generaal Sadio Camara verloor hij het leven; de president is ondergedoken. De strategisch belangrijke noordelijke stad Kidal viel in handen van de opstandelingen zonder dat de aanwezige Russische troepen, ongeveer 2.500 huurlingen van het soevereine Africa Corps (de opvolger van Wagner), actief ingrepen. Russische eenheden leden verliezen en trokken zich in colonnes terug, wat ook Poetins reputatie op het continent schaadt.

JNIM profiteert van moderne tactieken en technologieën, zoals het gebruik van drones, en rukt verder op naar het zuiden. Antiterreurexperts zien JNIM inmiddels als de grootste veiligheidsdreiging in de Sahel; hun expansie vormt een directe bedreiging voor buurlanden Niger en Burkina Faso en sluit aan op bredere onrust in Noord-Nigeria en de Hoorn van Afrika (waar groepen als Boko Haram en Al-Shabaab actief zijn).

De omslag is deels verklaarbaar uit lokale politiek: nadat de militaire junta Franse en andere westerse troepen had weggestuurd, riep ze Russische huurlingen in om veiligheid te garanderen. Hun harde repressie — vernietiging van dorpen en collectieve straffen — maakte veel Malinezen zelfs banger voor hen dan voor jihadisten, en dreef volgens experts sommige Toeareg gemeenschappen in de armen van JNIM.

Nederland speelde jaren een zichtbare rol in Mali’s stabilisatie: via de VN-missie MINUSMA (tot eind 2023), de Europese trainingsmissie EUTM en de speciale taakgroep Takuba stuurde Nederland onder meer commando’s en mariniers. Nederlandse eenheden deden verkenningen diep in het binnenland, verzamelden inlichtingen, voerden explosievenopruiming uit, ondersteunden trainingen van lokale politie en leverden helikopters en transportvliegtuigen.

De huidige escalatie laat zien dat lokale rivaliteiten, buitenlandse militaire interventies en de opkomst van professionele jihadistische netwerken samen een fragiel veiligheidsplaatje hebben opgeleverd. Experts waarschuwen dat zonder ingrijpende regionale en internationale reacties de instabiliteit in Mali zich verder kan verspreiden en de Sahel als geheel nog onveiliger maakt.