Voormalig thuiszorgmedewerker uit Ede na dertig jaar voor de rechter om Rwandese genocide
In dit artikel:
Meer dan dertig jaar na de Rwandese genocide begint in Den Haag een omvangrijk proces tegen Eugène N., een Rwandees die de Nederlandse nationaliteit heeft en in Ede woonde. Justitie verdenkt hem ervan betrokken te zijn geweest bij een gewelddadige plunder- en vernietigingstocht en bij de massaslachting waarbij rond de 3.000 Tutsi’s werden gedood in een stadion in Mbazi tijdens de genocide van 1994. Mensenrechtenorganisatie Human Rights Watch meldde eerder dat in de omgeving van Mbazi tussen april en juli 1994 meer dan 100.000 mensen zijn omgekomen.
De zaak kent een lange voorgeschiedenis: Rwanda vaardigde in 2014 een arrestatiebevel uit, maar uitlevering mislukte omdat hij inmiddels Nederlander was. Vanaf 2020 voerde het Team Internationale Misdrijven in Nederland een eigen onderzoek, wat door de vele in Rwanda verblijvende getuigen en herhaalde onderzoeksreizen complex werd. Onder leiding van een rechter‑commissaris zijn tientallen getuigen gehoord. De rechtbank heeft acht zittingsdagen gereserveerd voor de rechtszaak; slachtofferverklaringen volgen later deze maand en de uitspraak staat gepland voor 28 augustus. De behandeling is wereldwijd via videolink te volgen.
De verdachte ontkent betrokkenheid en zit al ruim twee jaar vast in het Penitentiair Psychiatrisch Centrum in Vught; zijn advocaat zegt dat hij in 1994 juist mensen zou hebben proberen te helpen. Politieke gevoeligheid speelt mee: Eugène N. is betrokken bij FDU‑Ikingi, een oppositiepartij in ballingschap waarvoor het huidige Rwandese regime volgens critici actief leden opspoort. Critici in Nederland hebben bezwaar gemaakt tegen het overnemen van beschuldigingen uit Rwanda, maar precedent bestaat dat Nederland genocideverdachten zelf vervolgt wanneer uitlevering of een eerlijk proces in eigen land problematisch lijkt.
Vandaag Inside: Cody Gakpo is 'de Pastoor van Oranje': 'Misschien heb ik vandaar die naam gekregen'