Voorlente met speenkruid, pollen en teken gaat door ondanks winterse periode
In dit artikel:
In december was de voorlente al begonnen met bloeiende hazelaars en speenkruid, maar eindigde die voortijdig toen sneeuw en vorst het landschap twintig dagen in winterstand zetten. Toch bleef bloei zichtbaar: tijdens de Eindejaars Plantenjacht van FLORON tussen 25 december en 3 januari werden 532 bloeiende plantensoorten gemeld. Meteorologische gegevens van KNMI De Bilt (periode 1 december–15 januari) tonen dat pollenafgifte niet stopte door de vorst; de hoogste pollenconcentratie viel zelfs op de koudste dag, waardoor mensen met elzenpollenallergie last gehad zullen hebben.
De gemiddelde temperatuur over de eerste vijftien dagen van januari bedroeg 2 °C, wat sinds 1901 de 82e positie is — niet extreem, maar duidelijk warmer dan vroeger. Klimaattrends zijn zichtbaar: in 2001–2025 lag de gemiddelde dagtemperatuur in januari op 40 dagen boven 7 °C, vergeleken met slechts 4 dagen in 1901–1925. De afgelopen week zette een snelle omslag naar lentetemperaturen door; veel zon en hogere temperaturen deden speenkruid, sneeuwklokjes, vlinders (zoals dagpauwoog en citroenvlinder), wespen en hommels opnieuw actief worden. De sneeuw fungeerde deels als isolatielaag, wat vorstschade onder de sneeuw beperkt heeft. Toch vormen zulke abrupte temperatuurwisselingen een risico voor dieren in winterrust, temeer daar de verwachting voor de komende twee weken kans op nachtvorst bevat.
Hoge temperaturen activeerden ook teken: boven 5 °C neemt tekenactiviteit toe. Na een korte pauze kwamen meldingen op Tekenradar.nl terug, inclusief een gemelde ziekte-van-Lyme. Advies blijft: na een verblijf in het groen een tekencontrole uitvoeren. De berichtgeving komt van De Natuurkalender, Wageningen UR, LUMC en KNMI.