Voorganger uit Boetsja promoveert in Nederland: Wat betekent de Bergrede in tijden van oorlog?

zaterdag, 16 mei 2026 (13:21) - Reformatorisch Dagblad

In dit artikel:

Fyodor Raychynets, baptistenpredikant van de gemeente Bethanië uit Boetsja, rondt in juni zijn promotie af aan het International Baptist Theological Study Centre in Amsterdam. Zijn proefschrift onderzoekt de Bergrede, met name de zaligsprekingen uit Mattheüs 5:1-12, en probeert hun betekenis te duiden voor mensen die midden in een oorlog leven.

Toen Russisch troepen vier jaar geleden Boetsja bezetten, stond Raychynets op ongeveer tien kilometer afstand in de regio Kyiv en kon hij door opgeblazen bruggen 32 dagen niet bij zijn gemeente komen. Hij beschrijft hoe de beelden van dode burgers na de bevrijding de wereld raakten; de stad is deels herbouwd, maar de herinnering aan de verwoesting blijft levend. Tijdens de bezetting bood zijn kerk onderdak en hulp: zo’n infrastructuur bleek volgens de UN-foodprogramma-directeur soms de enige die humanitaire opvang kon organiseren.

Het schrijven van zijn dissertatie gebeurde onder zware omstandigheden: dagelijkse luchtalarmen, herhaalde reizen naar het buitenland (Nederland en Oxford) en ingrijpend persoonlijk verlies — zijn vrouw overleed in 2021 aan covid, een jaar later verloor hij zijn moeder en zijn zoon. Die cumulatie van tragiek en oorlog maakte concentratie en voortgang moeilijk, maar hij noemt ook dat het proces hem hielp te reflecteren op geloof en toekomst.

Centrale conclusie van zijn onderzoek is dat de zaligsprekingen in oorlogstijd een andere lading krijgen. Vredestichters zijn niet alleen bemiddelaars tussen ruziënde partijen, maar strijders voor gerechtigheid; het bijbelse sjalom ziet hij als de afwezigheid van onrecht in plaats van louter het wegblijven van militaire actie. Zonder verantwoordelijkheid voor oorlogsmisdaden bestaat het risico op nieuwe agressies, aldus Raychynets. Rein van hart zijn betekent voor hem niet morele volmaaktheid, maar het herkennen van God in de noodlijdende medemens en daar concreet voor zorgen.

Hij rapporteert ook over aanvallen op kerken door Russische strijdkrachten, onder meer in Zaporizja en Slovjansk, en over de diepe persoonlijke en collectieve trauma’s binnen zijn gemeente: leden die partners of kinderen verloren, soms op gruwelijke wijze. Pastorale zorg vergt volgens hem maatwerk; soms is doorverwijzing naar professionele hulp het beste. Voor zijn eigen rouw waren therapie en steun van vrienden cruciaal; tegelijkertijd blijft het dagelijkse nieuws over doden en bombardementen constant aanwezig.

Raychynets ziet de kerk als een eiland van hoop en een oproep tot praktische solidariteit: de zaligsprekingen moeten aanleiding geven tot actie voor gerechtigheid en zorg voor de kwetsbaren, juist in oorlogstijd.