Voorbereiden op winterweer is niet nodig, op ander extreem weer wél
In dit artikel:
Vorige week veroorzaakte winterweer grootschalige verstoringen in Nederland: treinen reden minder, Schiphol had problemen en het landelijke advies was om zoveel mogelijk binnen te blijven. Experts zeggen echter dat het niet zinvol is om grootschalig te investeren in extra maatregelen tegen sneeuw en ijzel: zulke zware sneeuwval komt hier relatief zelden voor en door de opwarming van de aarde neemt de kans op tientallen centimeters sneeuw juist af.
Bij Schiphol staan al jarenlang anti-ijsmachines ongebruikt omdat eerdere analyses uitwezen dat extra aanschaf financieel niet opwoog tegen de baten, aldus luchtvaartdeskundige Joris Melkert (TU Delft). Ook ProRail concludeerde eerder dat het uitbreiden van verwarmde wissels geen kosteneffectieve maatregel was; daarom werd tijdens de recente storing de winterdienstregeling (minder treinen per uur) toegepast. NS evalueert de week nog, maar hoogleraar railverkeerskunde Rob Goverde (TU Delft) vond dat de spoorsector het grotendeels onder controle had — startproblemen bij omslag van zacht naar koud weer komen ook in Duitsland en Zwitserland voor.
Veel deskundigen pleiten er voor de nadruk te verleggen naar weersrisico’s die wél toenemen: zwaardere piekbuien en wateroverlast, langdurige voorjaarsdroogte, intensere hittegolven en zelfs nieuwe ziekteverspreiders zoals de tijgermug. Robbert Biesbroek (WUR) wijst erop dat extremen frequenter en heviger worden en dat Nederland moet bepalen welke vitale sectoren altijd moeten blijven functioneren en waar tijdelijk uitval acceptabel is. Zoals hij benadrukt, bestaat er geen systeem dat tegen alle risico’s bestand is.
Kort samengevat: incidentele winterchaos is vervelend maar niet voldoende reden voor grootschalige, sneeuwspecifieke investeringen; slimmer is om te investeren in adaptatie tegen een breder pakket van klimaatgerelateerde extremen en maatschappelijke keuzes te maken over prioriteiten en veerkracht.