Vooral in Amsterdam is de vraag naar struikelstenen niet bij te benen

zaterdag, 2 mei 2026 (13:43) - NU.nl

In dit artikel:

De Amsterdamse Stichting Stolpersteine verlengt de aanvraagstop voor nieuwe struikelstenen: sinds november 2025 geldt in de hoofdstad een pauze die nu doorloopt tot 1 september. Reden is een lange wachtrij voor plaatsing; vrijwilliger Josje Calff spreekt van ongeveer 900 openstaande aanvragen. Ongeveer 45% van die verzoeken komt van familieleden — vaak hoogbejaard — die voorrang krijgen zodat zij de onthulling nog kunnen meemaken. De stichting werkt ondertussen aan een nieuwe website om de afhandeling te verbeteren.

Stolpersteine zijn kleine, goudkleurige gedenktegels met namen van slachtoffers van de Tweede Wereldoorlog die in de stoep voor hun laatste vrije woon- of verblijfplaats worden gelegd. Het initiatief van kunstenaar Gunter Demnig uit de vroege jaren negentig groeide uit tot meer dan 100.000 stenen in Europa, waarvan ruim 10.000 in Nederland. De tegels worden geproduceerd door Stiftung Spuren; aanvankelijk maakte Demnig ze zelf, maar vanwege de vraag zijn er nu drie werkplaatsen (Berlijn, Elbenrod en sinds 2021 ook Amsterdam). Doordat de Amsterdamse fabriek producten voor de hele Benelux levert, kan de hoofdstad slechts een beperkt aantal stenen per maand bestellen — volgens de stichting 56 stuks — wat de capaciteit verder beperkt.

Een rondgang langs lokale stichtingen laat zien dat de vraag per stad sterk verschilt, deels door uiteenlopende werkwijzen. In sommige plaatsen leggen organisaties stenen op basis van eigen historisch onderzoek in plaats van individuele aanvragen. In Leiden, waar de eerste steen in 2013 werd gelegd, zijn inmiddels zeker 126 tegels geplaatst en komen nieuwe stenen vooral voort uit onderzoek. In Amersfoort en Deventer worden zowel op aanvraag als op initiatief stenen gelegd; Deventer plaatst jaarlijks 25–30 stenen. Almelo legde de afgelopen tien jaar 268 stenen en denkt voorlopig klaar te zijn; daar worden herdenkingsstenen jaarlijks door scholieren en vrijwilligers gepoetst. Nijmegen richt zich eerst op joodse slachtoffers en voegt jaarlijks ongeveer 25 stenen toe, vaak met deelname van burgemeester en rabbijn.

De meeste stenen herinneren joodse slachtoffers, gevolgd door verzetsmensen; in principe komt iedereen in aanmerking die onder de Duitse bezetting is vervolgd, gedeporteerd of vermoord. Al krijgen plaatsingen niet altijd unanieme steun: incidenteel is bezwaar aangetekend of vinden bewoners het pijnlijk dat mensen dagelijks over de tegels lopen. In Lochem leidde voor de plaatsing een antisemitische vernieling tot aangifte, maar de stichting besloot desondanks de stenen te leggen en ontving verder vooral steun uit de gemeenschap.

Kortom: de populariteit van struikelstenen groeit, mede dankzij veranderde omgang met oorlogsgeschiedenis en jongere generaties die actief herdenken, maar productie- en organisatorische beperkingen leiden in steden als Amsterdam tot wachtlijsten en tijdelijke stopzettingen.