Voor Zad Moultaka is muziek als filosofie: 'Ik leer eruit wat mijn verhouding tot het leven is'
In dit artikel:
De Frans-Libanese componist en beeldend kunstenaar Zad Moultaka werkt aan I Am the Truth!, dat in maart 2027 in het Muziekgebouw aan ’t IJ in Amsterdam zijn wereldpremière beleeft. Het Nederlands Kamerkoor voert het uit met de Iraans geboren klavecinist Mahan Esfahani. De titel verwijst naar “Ana al-Haqq” (“Ik ben de Waarheid”), de beroemde uitspraak van de soefi-mysticus Mansur al-Halladj.
Al-Halladj leefde van 858 tot 922 in Irak en verkondigde publiekelijk een mystieke eenwording met God. Zijn uitspraak werd door religieuze en politieke autoriteiten als godslastering beschouwd, omdat Al-Haqq een van Gods namen is. Na jaren van processen werd hij uiteindelijk ter dood gebracht. Voor Moultaka draait zijn nieuwe werk echter niet om het levensverhaal of de gewelddadige dood van de mysticus, maar om de vragen die diens uitspraak oproept: waar ligt de grens tussen waarheid en waanzin, en wie heeft de macht om dat onderscheid te bepalen?
Moultaka, die op zijn zeventiende vanuit Beiroet naar Parijs vertrok, groeide op in een Libanees kunstenaarsgezin. De burgeroorlog in Libanon maakte hem wantrouwig tegenover het begrip waarheid. In zijn christelijke omgeving werd de tegenstander als vijand aangewezen, terwijl hij besefte dat hij net zo goed aan de andere kant geboren had kunnen zijn. Al-Halladj helpt hem volgens eigen zeggen vooral te beseffen dat hij niets zeker weet.
De componist verliet in 1993 het podium om zelf muziek te gaan maken en ontwikkelde zich grotendeels autodidactisch. Hij combineert Arabische muzikale tradities, waaronder kwarttonen en oude Andalusische liedvormen, met westerse compositietechnieken en beeldende installaties. Taal die tekortschiet, is een terugkerend uitgangspunt in zijn werk. In I Am the Truth! beginnen koor en verteller met verstaanbare vragen, waarna de taal geleidelijk uiteenvalt. Door die “gaten” moet ruimte ontstaan voor een directe, niet in woorden te vangen ervaring.
Naast Moultaka’s werk klinken in Amsterdam madrigalen van Carlo Gesualdo, de renaissancecomponist die zijn vrouw en haar minnaar vermoordde maar daarvoor niet werd berecht. Die tegenstelling versterkt Moultaka’s centrale vraag: waarom wordt de een voor moord niet veroordeeld, terwijl iemand die zegt “ik ben God” wel wordt geëxecuteerd?
Het contrast tussen waarheid en twijfel klinkt ook door in de instrumentatie. Het klavecimbel, met zijn scherp afgebakende tonen, staat voor een wereld van goed of fout en waar of niet waar. Daartegenover staat de santoer, een Perzische citer waarvan de klanken resoneren en in elkaar overvloeien. Moultaka wil geen sluitende antwoorden geven, maar een muzikale ervaring creëren waarin luisteraars onbewust dichter bij de vragen van Al-Halladj komen.
Vandaag Inside: Wierd Duk over Donny Roelvink bij Renze: 'Waarom komt niet aan bod dat hij moslim is geworden?'