Gazavlootvideo was kinderspel voor meest extremistische Israëlische minister
In dit artikel:
Itamar Ben-Gvir, Israëlisch minister van Nationale Veiligheid, staat internationaal onder vuur vanwege zijn rol bij de harde behandeling van activisten van de Global Sumud Flotilla. Op beelden zijn gearresteerde activisten zichtbaar geboeid en op de grond geduwd, terwijl Ben-Gvir tussen hen loopt. Zijn woorden en gedrag richting de gevangenen zijn schokkend voor velen, maar vormen volgens critici slechts voortzetting van een veel langer patroon.
Ben-Gvir maakt al decennia naam als extreemrechts politicus. Sinds zijn tienerjaren sloot hij zich aan bij radicaal‑nationalistische groeperingen beïnvloed door het Kahanisme, de ideologie van rabbijn Meir Kahane, die pleitte voor een religieuze staat en segregatie. Organisaties als Kach en Kahane Chai werden in de jaren negentig als terroristisch bestempeld: Ben‑Gvir heeft nooit volledig breuk gemaakt met dat gedachtegoed en heeft herhaaldelijk uitgesproken dat Palestijnen uit delen van Israël en de bezette gebieden moeten worden weggeleid of aangemoedigd te vertrekken.
Zijn opmars naar ministerschap kwam voort uit politieke verdeeldheid en de vorming van een rechts blok onder leiding van Benjamin Netanyahu, dat in 2022 een regering mogelijk maakte. Ben‑Gvir kreeg het portefeuille Nationale Veiligheid; Bezalel Smotrich, eveneens extreemrechts, werd minister van Financiën. Kort daarna veroorzaakte Ben‑Gvir controverse door een bezoek aan het terrein van de Al‑Aqsa‑moskee in Jeruzalem met strenggelovige Joden en door wapens uit te delen aan burgers, ook in gemengde en bezette gebieden —maatregelen die volgens waarnemers bijdroegen aan een toename van geweld tegen Palestijnen op de Westelijke Jordaanoever.
Internationaal leidde zijn optreden tot sancties door het Verenigd Koninkrijk, Australië, Nieuw‑Zeeland, Canada en later de Europese Unie. Er circuleren bovendien speculaties over mogelijke vervolging door het Internationaal Strafhof in Den Haag; Ben‑Gvir reageerde onverschillig en zei dat hij zijn koers niet zal wijzigen. Ook binnen Israël leidde zijn gedrag tot veroordeling; premier Netanyahu en andere ministers probeerden afstand te nemen van bepaalde beelden.
Mensenrechtenorganisaties (B’Tselem, Amnesty, VN) en hulporganisaties (Save the Children) wijzen op een structureel patroon van mishandeling, marteling en seksueel geweld tegen Palestijnse gevangenen — ook van kinderen — en maken zich zorgen over de situatie in detentiecentra waar Ben‑Gvir toezicht op heeft. De verontwaardiging over de behandeling van westerse activisten contrasteert volgens critici met de langere geschiedenis van geweld tegen Palestijnen en maakt Ben‑Gvir tot het symbool van een genormaliseerde harde veiligheidslijn die internationale grenzen en binnenlandse spanningen overschrijdt.