Voor KNIL-weduwe Stans Marks is eten in huis belangrijker dan de nabetaling, maar toch
In dit artikel:
Stans Becking-Marks, 91 jaar en ereburger van Noordwijkerhout, overleefde als kind de Japanse bezetting op Java tijdens de Tweede Wereldoorlog. Na haar bevrijding zwierf zij samen met haar broertje over het eiland, zonder moeder en met honger, totdat zij en andere kinderen werden gered door Nederlandse militairen. Haar vader, KNIL-militair, hoorde pas in 1948 dat zijn kinderen nog leefden. De bijbel van haar grootmoeder overleefde de barre omstandigheden en werd zelfs gebruikt om wonden te verzorgen. Pas later, in Nieuw-Guinea, leerde zij lezen en kreeg een gezin van acht kinderen.
In de recente politieke ontwikkelingen reserveerde het demissionaire kabinet-Schoof 50 miljoen euro om achterstallig salaris, zogeheten ‘backpay’, uit te keren aan weduwen van KNIL-militairen zoals Stans. Deze stap erkent een decennialange ‘open wond’ in de Nederlandse geschiedenis: tijdens en na de Tweede Wereldoorlog werd aan KNIL-soldaten geen soldij betaald, terwijl Indonesië niet overging tot terugbetaling. Hoewel eerdere Kamerbesluiten in 2015 betalingen toezegden aan nog levende veteranen, werden overleden militairen en hun weduwen vaak uitgesloten. De uitvoering van deze regeling verloopt traag, terwijl de betrokken weduwen hoogbejaard zijn en snel sterven.
Stans prijst het positieve vooruitzicht van de uitbetaling, maar benadrukt dat vroegere tekortkomingen, zoals het ontbreken van kinderbijslag in Nieuw-Guinea, haar nog steeds dwarszitten. Ondanks haar moeilijke verleden voelt zij zich nu gelukkig in haar woning met uitzicht op de stranden van Noordwijkerhout en wil ze niet meer terugkeren naar haar jeugdland, Java, waar onveiligheid haar afschrikt. Dit verhaal belicht niet alleen persoonlijke overlevingskracht, maar ook het blijvende effect van koloniale geschiedenis en de zoektocht naar gerechtigheid voor vergeten groepen.