Voor jongens is er meer geregeld, meiden veroorzaken te weinig overlast
In dit artikel:
8 juni 2026 — In wijkcentrum Bouwlust in Den Haag houdt jeugdwerker Sahila el Assili met regelmaat een meidenclub; deze keer zitten de meisjes twee uur in een anders onaangename vergaderzaal, knabbelen ze Pringles met chocola en luisteren Inez en Roxy Dekker. Omdat ruimtes gereserveerd moeten worden en sportzalen en velden vaak door jongens worden opgeëist, zijn aparte momenten of clubs voor meiden nodig om überhaupt binnen te komen en zich vrij te voelen.
Sahila werkt ook in andere buurten, zoals Vrederust waar nauwelijks voorzieningen voor meisjes zijn; ze organiseert zelfs een “keukenproject” zonder keuken zodat meiden recepten kunnen bedenken en bespreken. Veel meisjes voetballen wel, maar spelen liever niet met jongens: ze ervaren botsingen, scheiding van mannen en vrouwen speelt een rol en kledingvoorkeuren (zwarte abaya en hijab bij enkelen) beïnvloeden de omgangsvormen. Tegelijk varieert dit sterk per buurt en generatie. Nieuwe wijkcentra blijken bovendien vaak gericht op hulpverlening en loketten, niet op informele ontmoetingsruimte voor jongeren.
Als antwoord zijn in Amsterdam al velden met speciale tijden voor meiden ingesteld. Sahila wil een eigen plek waar meisjes ook gevoelige onderwerpen als online exposen openlijk kunnen bespreken. De column eindigt met een persoonlijk beeld: talentvolle voetbalspeelster Inssaf (15) die haar nationale droom ziet slinken wegens gebrek aan oefentijd, getroost door vriendin Tasneem met Dorito’s.
De Oranjezomer: Raymond Mens gewaarschuwd door Amerikaanse politie-agent: 'You have to go'