Voor het eerst is er een kans om Orbán te verslaan, zegt de burgemeester van Boedapest, die heel even in Amsterdam is
In dit artikel:
Gergely Karácsony, burgemeester van Boedapest, is kort in Nederland om vrijdagmiddag in Vlaardingen de Geuzenpenning in ontvangst te nemen voor zijn verzet tegen de autoritaire koers van premier Viktor Orbán. Tijdens een bezoek aan Amsterdam sprak hij aan de keukentafel van burgemeester Femke Halsema over de keuzes van het afgelopen jaar: vooral het doorzetten van de Boedapest Pride ondanks een regeringverbod, dat eind juni volgens de gemeente zo’n 300.000 mensen op de been bracht — met Karácsony mee voorop. Volgens hem en Halsema bracht dat publieke verzet Orbán publiekelijk in verlegenheid en versterkte het internationaal draagvlak voor de Hongaarse oppositie.
Karácsony benadrukt dat zijn strijd niet alleen symbolisch is: er loopt nog een door Orbán aangespannen rechtszaak tegen hem wegens het faciliteren van de Pride. Die procedure is tijdelijk opgeschort omdat het gerecht het Constitutioneel Hof vroeg te toetsen of de aanklacht grondwettelijk is. Karácsony waarschuwt dat dat hof door Fidesz-gezinde benoemingen gekleurd kan zijn, en kondigt aan dat hij desnoods naar het Europese Hof van Justitie stapt als binnenlandse rechtsmiddelen tekortschieten.
Voor hem is de zaak van de Pride slechts het topje van een bredere tactiek: de centrale regering knijpt de geldkraan dicht voor steden die niet in lijn zijn met Orbán, waardoor gemeenten als Boedapest op de rand van een financieel debacle balanceren. Karácsony waarschuwt dat het uiteindelijke doel is om stedelijk bestuur over te nemen zodra een gemeente technisch of bestuurlijk failliet dreigt te raken. Daarom voert hij een diplomatieke missie in Europa en pleit hij — samen met andere burgemeesters — voor directe EU-steun aan lokale overheden en ngo’s, zodat die minder afhankelijk worden van nationale regeringen.
De aankomende parlementsverkiezingen van 12 april vormen de directe aanleiding van veel politieke rekenkunde: voor het eerst in jaren staat Orbáns machtspositie wankel, onder meer door de opmars van Péter Magyar, een ex-Fidesz’er die snel in de peilingen stijgt. Karácsony noemt Magyar een problematische bondgenoot: hij ziet in hem wel respect voor instituties, maar ook veel conservatieve opvattingen. Voor Karácsony is de prioriteit duidelijk: Orbán moet weg.
Karácsony en Halsema verwerpen de kritiek dat burgemeesters zich te veel met internationale politiek bemoeien; ze noemen transnationale solidariteit juist noodzakelijk om autocratische netwerken te weerstaan. Karácsony waardeert de Geuzenpenning, maar voelt ook ongemak: het feit dat een moderne Europese stadsbestuurder een prijs moet krijgen voor het verdedigen van democratische normen zegt volgens hem iets fundamenteel mis over Europa vandaag. Hij hoopt komende zomer naar Amsterdam terug te keren voor World Pride — “als het na de verkiezingen wat rustiger wordt,” aldus Halsema. Karácsony: “We zullen zien.”