Voor Europa dreigt een dubbele energiecrisis, tijd om op te staan tegen de VS

zaterdag, 14 maart 2026 (22:54) - Joop

In dit artikel:

Europa verliest snel strategische autonomie: steeds vaker worden beslissingen die het continent direct treffen niet in Europese hoofdsteden genomen maar in Washington en Tel Aviv, en de EU blijft achter met de rekening. Economische, politieke en militaire consequenties worden opgeëist door de betrokken landen, terwijl Europa vooral reageert en betaalt.

Concrete voorbeelden illustreren dit patroon. Rond Groenland lijkt onder Amerikaanse druk een vrijwel onbeperkte militaire aanwezigheid en toegang tot grondstoffen te zijn geaccepteerd, waardoor een sleutelpositie tussen Noord‑Amerika en Europa feitelijk onder Amerikaanse controle komt. In de oorlog tegen Hamas en het geweld in Gaza nam Israël de grote beslissingen over operatievoering en verwoesting, gesteund door de VS; Europa hield zich grotendeels op de achtergrond en liet bestaande samenwerkingsakkoorden ongewijzigd, wat de geloofwaardigheid van de EU bij het globale zuiden schaadde.

Nu dreigt een conflict met Iran dat geen helder doel, uitgewerkte strategie of realistische exit heeft. Voor Europa betekent dat zware risico’s: nieuwe schokken voor de energievoorziening via de Straat van Hormuz, hogere olieprijzen, economische schade, vluchtelingenstromen en een verhoogd terrorisme‑risico op het eigen grondgebied. De regio zelf wordt kwetsbaar; naast directe schade aan Perzische Golf‑infrastructuur kan Iran ook energievoorzieningen in buurlanden als Azerbeidzjan en verder naar Centraal‑Azië treffen, met domino‑effecten voor wereldhandel en exportafhankelijke economieën.

Tegelijkertijd profiteert Rusland van hogere energieprijzen en westerse verdeeldheid, terwijl versoepeling van Amerikaanse sancties de Kremlinpositie versterkt. Israël benut de situatie om zijn regionale invloed uit te breiden: intensievere veiligheids- en energiebanden met Griekenland en Cyprus, contacten met Koerdische netwerken en strategische alignments die druk zetten op Turkije. Ook regionale spelers zoals Pakistan en Saoedi‑Arabië blijven relevante variabelen in nucleaire en militaire dynamieken.

Binnen Europa bestaat de neiging bij sommige regeringen loyaal mee te bewegen met Washington en Tel Aviv in de hoop op politieke invloed of economische verlichting. Duitsland en Frankrijk tonen voorbeelden van die koers: politieke steun aan Israëlische doelen en militaire betrokkenheid met het oog op trans‑Atlantische goodwill. Die strategie dreigt echter uit te lopen op een eenzijdige lastendeling: de financiële, veiligheids‑ en maatschappelijke kosten worden vooral door Europese belastingbetalers gedragen.

De kernvraag is hoe lang Europese leiders deze werkelijkheid blijven tolereren: blijven ze bondgenootschappelijk meedoen aan conflicten die hun eigen economie en veiligheid ondermijnen, in de verwachting op een later moment invloed te krijgen? Zelfs ervaren NAVO‑figuren uitten recent twijfels over de veranderde Amerikaanse koers, wat de urgentie vergroot voor Europa om na te denken over echte strategische autonomie en eigen besluitvorming op het wereldtoneel.