Voor de VS draait alles om de strijd met China
In dit artikel:
De Verenigde Staten voeren, volgens de recente analyse, een breed en doelgericht beleid om China economisch en geopolitiek in te perken. Dat uitgangspunt staat stilletjes vermeld in de Nationale Veiligheidsstrategie van december en sluit aan bij denken van beleidsmakers als onderminister van Defensie Elbridge Colby, die al pleitte voor het voorkomen van Chinese hegemonie in Azië. Zowel Republikeinse als Democratische leiders zien China inmiddels als de centrale rivaal van Washington.
De Amerikaanse aanpak combineert economische druk en militaire/inlichtingencampagnes: hoge invoertarieven, sancties, boycots en financiële dwingmiddelen worden afgewisseld met militaire steun aan bondgenoten, diplomatieke ingrepen en — volgens critici — zelfs regimewisselingen of covert acties. Onder president Trump verscheen dat beleid bijzonder daadkrachtig: wereldwijde tarieven werden ingevoerd, dreigementen geuit en economische prikkels gebruikt om landen aan de Amerikaanse zijde te krijgen.
Verschillende voorbeelden illustreren hoe die stick-and-carrot-politiek werkt. Japan werd onder druk gezet om te accepteren dat meer Amerikaanse producten worden geïmporteerd en zijn koers en defensiebeleid aan te passen; ongelijkheid over de voorwaarden leidde tot politieke verschuivingen in Tokio. India, aanvankelijk slecht aangesproken door tarieven en Amerikaanse kritiek, tekende later een omvangrijk handelspact met Washington en maakte diplomatieke toenaderingen — waaronder een staatsbezoek aan Israël kort voor de aanval op Iran — terwijl spanningen over het al dan niet kopen van Russische olie tussen Washington en New Delhi zichtbaar werden.
In het Midden-Oosten verschuiven relaties eveneens: Saoedi-Arabië, dat zich kort tevoren onder Chinese bemiddeling richting Iran leek te bewegen en belangstelling toonde voor BRICS, heeft zich onder kroonprins Mohammed bin Salman weer dichter bij de VS geschaard. Tegelijkertijd leidde Amerikaanse diplomatie naar nieuwe overeenkomsten in de Kaukasus en Centraal-Azië (zoals de TRIPP-inspanning tussen Armenië en Azerbeidzjan en deals met Oezbekistan en Kazachstan), waarmee Washington regionale invloed en alternatieve economische corridors wil consolideren tegenover China’s Belt and Road-initiatief.
Economisch-strategische projecten draaien ook om kritieke grondstoffen en infrastructuur. Vice-president J.D. Vance voerde gesprekken in Centraal-Azië en organiseerde een ‘Critical Minerals Ministerial’ om een wereldwijd netwerk voor zeldzame mineralen tegen China op te zetten. Daarnaast werd begin 2025 een Bod van een consortium onder leiding van Blackrock op de wereldwijde haventak van CK Hutchison een sleutelfactor in de strijd om havencontrole: 43 terminals in 23 landen, waaronder Nederlandse terminals, zijn onderwerp van strijd, waarbij Washington volgens waarnemers probeert Russische en Chinese handelsstromen te belemmeren.
De VS genieten op sommige fronten succes: Europese NAVO-landen verhogen hun defensiebudgetten en import van Amerikaans LNG nam sterk toe nadat trans-Atlantische gasstromen werden verstoord. Maar de effectiviteit van de sancties is omstreden. Ondanks hoge Amerikaanse tarieven groeide de Chinese export en handelsoverschot vorig jaar; Rusland vergrootte zelfs zijn zee-export van olie. Initiatieven als de voorgestelde DROP Act illustreren dat Washington bereid is tot vergaande financiële druk om Russische olie-inkomsten in te perken.
Militaire acties en interventies — van Venezuela tot recente escalaties rondom Iran — worden door de auteur neergezet als aanvullingen op de economische oorlogvoering: het doel is steeds om concurrenten van vitale grondstoffen en strategische partners af te knijpen. China blijft desalniettemin zijn energiebronnen diversifiëren; Iran en Rusland blijven belangrijke leveranciers voor Beijing.
Commentatoren verschillen over de uitkomst. Sommigen zien Trumps beleid als het definitieve breken met een multipolaire balans en waarschuwen voor destabilisatie en de teloorgang van de oude wereldorde; anderen menen dat Iran, Rusland en China uiteindelijk de strategische winnaars zullen zijn als reactie op Washingtons harde aanpak. Kortom: de VS voeren een breed offensief om wereldinvloed veilig te stellen, maar de tegenreacties en aanpassingen van rivalen tonen dat die hegemonische ambitie zowel diplomatiek als economisch ingewikkeld en risicovol blijft.