Voor 5000 euro terug naar Syrië? Aghyad (31): 'Groningen is de juiste plek voor mij'
In dit artikel:
Het demissionaire kabinet verhoogde deze maand de tegemoetkoming voor vrijwillige terugkeer naar Syrië naar 5.000 euro per volwassene (2.500 euro per minderjarige) plus een vliegticket, nadat het Assad-regime op 8 december 2024 was gevallen. De maatregel moet Syriërs in Nederland aanzetten terug te keren, maar voor velen is de beslissing ingewikkeld — zichtbaar in twee zeer verschillende persoonlijke verhalen.
Aghyad al‑Sherfawi (31) kwam in 2014 naar Nederland en woont al tien jaar in Groningen. Oorspronkelijk studeerde hij in Damascus, maar de oorlog maakte een einde aan zijn studie en in 2014 ontvluchtte hij samen met familie gevaarlijke tussenstappen via Libië naar Europa. In Nederland bouwde hij een nieuw leven op: hij is Nederlands staatsburger, richtte het bedrijf Consul‑Tech op en werkt als sociaal ondernemer met trainingen voor nieuwkomers. Teruggaan naar Syrië voelt voor hem niet meer als optie: hij heeft hier “meer opgebouwd dan daar” en vindt het land te veranderd en te onzeker om opnieuw te beginnen. Bovendien noemt hij de verhoogde vertrekpremie te laag om een stabiele herstart mogelijk te maken; voor een gezin zijn volgens hem de kosten van het dagelijkse leven veel hoger dan de meeste lonen in Syrië.
De situatie in Syrië blijft fragiel. Sinds de val van Assad is Ahmed al‑Sharaa aan het hoofd gegaan van het land, een voormalige rebellengroepleider die zich nu presenteert als gematigd. Het grootschalige geweld is verminderd, maar lokaal geweld, gebrekkige infrastructuur, beperkte voorzieningen en een zwakke economie houden het dagelijks leven onzeker. Aghyad wijst erop dat salarissen vaak maar 100–200 euro per maand bedragen terwijl de vaste lasten veel hoger liggen, waardoor een premie van 5.000 euro weinig voorstelt — hooguit enkele maanden dekking.
Ahmad al‑Hosain (56) maakte een andere keuze. De hoogleraar, schrijver en voormalig tv‑presentator vluchtte in 2013 met zijn gezin naar Nederland vanwege censuur en bombardementen. Kort na de val van Assad besloot hij alleen terug te keren: zijn moeder van 100 wilde hij met eigen ogen zien en hij wilde de ‘historische tijd’ van de wederopbouw meemaken. Sinds een half jaar woont hij weer in Damascus. Ondanks problemen zoals onregelmatige elektriciteit en traag internet, treedt hij opnieuw openbaar op (televisie, universiteit, Syrisch schrijversgilde) en ziet hij kansen voor hervorming en wederopbouw, mede dankzij Syriërs die ervaring uit het buitenland meebrengen. Zijn vrouw en kinderen bleven in Nederland; hij begrijpt dat jongere vluchtelingen die hun leven in Europa hebben opgebouwd vaak andere keuzes maken.
Cijfers van de Dienst Terugkeer en Vertrek tonen dat tot november ongeveer 790 Syriërs met overheidssteun vrijwillig terugkeerden. Voor veel gebruikers van de regeling geldt dat ze een verklaring moeten tekenen waarin ze afstand doen van hun verblijfsstatus in Nederland, zonder recht op terugkomst. Nederlanders met een Syrische achtergrond die de Nederlandse nationaliteit hebben, hoeven die verklaring niet te tekenen en kunnen zelfstandig vertrekken — zoals Ahmad deed. Hoeveel genaturaliseerde Syriërs terugkeerden is niet duidelijk.
Het verhaal onderstreept dat terugkeer geen eenduidige kwestie is: persoonlijke banden, opgebouwde posities in het gastland, familieredenen en de economische en politieke realiteit ter plaatse bepalen de keuze. Voor sommigen is Syrië nog te onveilig en te onzeker om te herstarten; voor anderen wegen emotionele en professionele motieven zwaarder dan praktische obstakels. De verhoging van de premie is bedoeld om de drempel te verlagen, maar zowel praktische tekortkomingen van het bedrag als de onzekere toestand van het land maken het effect op grote schaal onzeker.