Von der Leyen wil nationale veto's bij defensie en buitenlands beleid afschaffen
In dit artikel:
Tijdens de Veiligheidsconferentie in München riep EU-commissieleider Ursula von der Leyen op om het unanimiteitsprincipe binnen de EU vaker te laten varen, zodat beslissingen — met name op defensie en veiligheid — sneller genomen kunnen worden. Ze stelde voor vaker te vertrouwen op gekwalificeerde meerderheid in plaats van op nationale veto’s en benadrukte dat daarvoor geen formele verdragswijziging nodig is: Nederland moet volgens haar “doen met wat we hebben”.
Von der Leyen verbond die oproep aan een bredere ambitie voor Europese zelfstandigheid op terreinen als defensie, energie, economie en technologie en verwees naar artikel 42 lid 7 van het EU-verdrag als verplichting tot wederzijdse verdediging. Ze pleit voor sneller en collectief optreden zonder taboes.
De boodschap sluit aan bij eerdere geluiden binnen de Europese Volkspartij; EVP-voorzitter Manfred Weber pleitte recent ook voor minder nationale vetorechtiging en meer toepassing van gekwalificeerde meerderheid. Tegenstanders waarschuwen dat vooral kleinere lidstaten daardoor invloed verliezen, zeker in buitenlands beleid. Hongarije, onder Viktor Orbán, fungeert als tegenstander: zijn politiek directeur noemde het voorstel een poging om landen een “pro-oorlogsprogramma” op te dringen. Von der Leyens woorden signaleren een duidelijker koers richting centralere besluitvorming en verdergaande defensie-integratie — een politiek gevoelig traject dat veel debat zal oproepen.