Von der Leyen: kernenergie de rug toekeren was strategische fout
In dit artikel:
De Europese Commissie dringt erop de afhankelijkheid van ingevoerde energie zo snel mogelijk te verkleinen, nadat de oorlog in het Midden-Oosten opnieuw heeft blootgelegd hoe kwetsbaar de EU is voor schommelende olie- en gasprijzen. Tijdens een kernenergie-top in Parijs benadrukte Commissievoorzitter Ursula von der Leyen dat het terugbrengen van kernenergie vroeger een strategische vergissing was en dat de EU nu wil inzetten op een mix van hernieuwbare bronnen en kerntechniek.
De Commissie wijst erop dat de EU al decennia sterk afhankelijk blijft van import: zowel in 2004 als in 2024 bedroeg de importafhankelijkheid ongeveer 57 procent. Die afhankelijkheid leidt tot hogere energieprijzen voor consumenten en maakt Europese industrie minder concurrerend vergeleken met regio’s zoals de Verenigde Staten. Eerder al werd dezelfde kwetsbaarheid zichtbaar tijdens de energiecrisis na de Russische inval in Oekraïne.
Om meer eigen productie mogelijk te maken, promoot Brussel vooral de ontwikkeling van kleine kernreactoren (SMR’s). SMR’s zouden relatief efficiënt te produceren zijn, constante stroom leveren — ongeacht het weer — en minder CO2-uitstoot hebben dan fossiele brandstoffen, waardoor ze geschikt lijken voor zware industrieën en datacenters. De Commissie wil dat de eerste van deze kleine reactoren snel na 2030 operationeel zijn, maar dat doel wordt betwijfeld: wereldwijd bestaan er nog maar enkele SMR‑projecten en geen operationele exemplaren in westerse landen.
De voorstellen van de Commissie zijn nog niet erg concreet, maar richten zich op betere samenwerking tussen lidstaten, versnelling van vergunningprocedures, duidelijke testkaders voor innovatieve technologie en een extra investering van 200 miljoen euro in SMR’s. Politieke reacties lopen uiteen: GroenLinks-PvdA-Europarlementariër Mohammed Chahim noemt SMR’s voorlopig vooral een theoretische optie en waarschuwt tegen overschatting; VVD-politica Jeannette Baljeu juicht de ambitie toe en vreest dat Europa anders technologische voorsprong aan landen als China en de VS verliest. Critics wijzen tot slot op de hoge kosten en complexiteit, en twijfelen aan de snelheid en rendabiliteit van grootschalige uitrol.