Volop voedsel voor tuinvogels in botanische tuin
In dit artikel:
De Leidse Hortus botanicus, die vier eeuwen geleden met een plantencollectie begon en nu meer dan 17.000 soorten huisvest, deed op 31 januari voor het eerst mee aan de 23e Nationale Tuinvogeltelling van Vogelbescherming Nederland. In twee groepen onder leiding van IVN-vogelgids Dick de Vos telden vrijwilligers en personeel in drie halve-uurrondes in totaal 24 vogelsoorten. Nationaal werden die dag ruim 135.000 tellingen ingezonden; lokaal was het weer druilerig en windstil bij ongeveer negen graden.
Veel stadsvogels kwamen voor: twee derde van de landelijke top 25 werd ook in de Hortus waargenomen, en van 19 soorten die typisch zijn voor oude binnensteden werden er 11 gezien. Sommige kenmerkende stadssoorten, zoals gierzwaluw en kleine mantelmeeuw, waren nog niet terug van hun overwintering en werden tijdens de telling niet aangetroffen; de huismus was vroeg gehoord maar niet tijdens de meetronde aanwezig.
Opvallend was de sterke aanwezigheid van holenbroeders: grote bonte specht, halsbandparkiet, kauw en verschillende mezen verschenen vaak in kleine groepen en broeden in holtes van monumentale bomen of nestkastjes. Watervogels vormden de grootste soortenrijkdom langs de amfibieënvijver en de Witte Singel, waar onder meer blauwe reiger, fuut, meerkoet, waterhoen en wilde eend foerageerden. Een kunstmatig aangelegde ijsvogelwand langs de singel leidde afgelopen zomer tot succesvol broeden, al waren ijsvogels tijdens de telling niet zichtbaar.
De Hortus fungeeert als smeltkroes van landschappen: bos-, boerenland- en stadsvogels werden herkend tussen monumentale bomen en struiken — van Turkse tortel en boomkruiper tot gaaien, heggenmus en tjiftjafs. Ook de zilvermeeuw illustreert ecologische verschuivingen: deze kustvogel broedt nu op stedelijke locaties en een paartje verblijft jaarrond in de Hortus, waar ze zichtbaar voedsel zoeken.
Het voedselaanbod in de Hortus is rijk door eeuwenlange aanplant, jaarrond aanwezige vruchten, een bodem vol wortels en dood plantaardig materiaal, zomerbewatering en het стопpen met pesticiden sinds 2020. Vrijwilligers verspreiden blad als overwinteringshabitat voor insecten, wormen en slakken — waardoor voedzame natuurlijke bronnen het gebruik van voerhangers zoals pindaslingers of vetbollen grotendeels overbodig maken. De nieuwe prefect zet samen met collega’s en vrijwilligers in op natuurlijk tuinieren om de Hortus verder als hotspot voor biodiversiteit te versterken.