Volop schaarse grondstoffen voor batterijen in Nederlands afval, maar recycling blijft gering
In dit artikel:
In 2025 belandde in Nederland 401 miljoen kilo aan elektrische en elektronische apparatuur in het afval, waarvan 259 miljoen kilo officieel werd ingezameld; ruim 142 miljoen kilo verdween via restafval, export of de ijzerhandel buiten de formele kanalen. Dat blijkt uit onderzoek van stichting Open, die producenten en importeurs vertegenwoordigt. Het gaat vooral om afgedankte apparaten, lampen, batterijen, maar ook zonnepanelen en fietsaccu’s.
Gemiddeld heeft een Nederlands huishouden volgens het onderzoek 688 kilo aan waardevolle grondstoffen verspreid over 131 apparaten. In totaal ligt er in Nederland meer dan 7 miljard kilo aan grondstoffen opgeslagen in apparaten die in gebruik zijn of ergens in een lade of schuur staan. Daarvan valt 764 miljoen kilo onder strategische en kritieke materialen — zoals silicium, neodymium en kobalt — die essentieel zijn voor zonnepanelen, windturbines en batterijen, en die Nederland nu grotendeels uit Azië moet importeren.
“Het potentieel is enorm. De uitdaging is dat veel van deze stoffen nog altijd moeilijk terug zijn te winnen,” zegt directeur Jan Vlak van stichting Open, die pleit voor meer investeringen in recyclingtechnologieën. Hoewel veel conventionele metalen (ijzer, koper, aluminium) al grootschalig worden teruggewonnen, raken zeldzame aardmetalen in magneten en beeldschermen vaak verloren. Op Europees niveau belanden jaarlijks ongeveer 1 miljoen ton kritieke materialen in afgedankte producten — wat de stichting vergelijkt met vijftigduizend volle zeecontainers — en circa 46 procent van de elektronische afvalstroom wordt buiten de verplichte verwerking verhandeld.
Kort samengevat: Nederland huisvest grote hoeveelheden herbruikbare grondstoffen, maar verliest door lekken in de keten en beperkte recyclecapaciteit veel strategische materialen die belangrijk zijn voor de energietransitie. Versterkte inzameling en investering in terugwinningstechniek zijn volgens de onderzoekers noodzakelijk om afhankelijkheid van import te verminderen.