Volgens Harvard-historicus Sven Beckert keert de wereld terug naar een ouderwets soort kolonialisme
In dit artikel:
Harvard-historicus Sven Beckert stelt dat het wereldwijde kapitalisme zich midden in een ingrijpende regime change bevindt. In zijn omvangrijke studie Capitalism: A Global History — meer dan 1.300 pagina’s waaraan hij acht jaar werkte — reconstrueert hij ruim duizend jaar economische ontwikkeling en wil daarmee veel gangbare en voorbarige etiketten op de huidige orde relativeren. Beckert bezocht daarvoor plaatsen als Aden, Barbados, Manchester, het Ruhrgebied en moderne kledingfabrieken in Cambodja en belicht zo hoe kapitalistische mechanismen zich geleidelijk mondiaal verspreidden.
Centrale stelling: kapitalisme is van meet af aan een werelds en staatsbetrokken systeem, niet het product van een puur Europese of neoliberale ontwikkeling. In Beckerts woorden: “Kapitalisme is altijd en overal een systeem geweest waarin overheden een hoofdrol spelen.” Hij wijst erop dat handel, investeringen in productie en langeafstandstransacties al in de steden rond de Indische Oceaan en in de islamitische wereld bestonden vóór wat vaak als het begin van kapitalisme wordt gezien. Die niet-eurocentrische blik verklaart volgens hem beter waarom landen als China en India nu economisch opkomen.
Beckert benadrukt ook de dubbelheid van het systeem: enorme productiviteitswinst en massale verbetering van levensstandaarden tegenover slavernij, kolonialisme, uitbuiting en oorlog. Hij illustreert dit met voorbeelden uit verschillende periodes: de afhankelijkheid van Britse industrie van Indiase technologie en van katoen geleverd door tot slaaf gemaakte arbeid in Amerika; de dramatische gezondheidseffecten in industriesteden als Manchester; en de spectaculaire vermindering van arbeidstijd en groei in levensverwachting over twee eeuwen.
Een ander terugkerend punt is het ont-naturaliseren van het kapitalisme: Beckert verzet zich tegen de voorstelling dat het huidige economische stelsel tijdloos en onvermijdelijk is. Hij laat zien dat kapitalistische regels en instituties historisch zijn gevormd, politiek gekleurd en veranderlijk — en dus stuurbaar. Die politiek-economische constructie is ook de reden dat brede maatschappelijke keuzes (bijvoorbeeld rond handel, regulering of sociale voorzieningen) mogelijk steeds anders uitpakken.
Over de recente politieke verschuivingen is Beckert terughoudend met simpele diagnoses zoals “staatskapitalisme”. Hij noemt zulke labels vaak misleidend, omdat overheden altijd al sterk betrokken waren. Wel waarschuwt hij voor de huidige neiging naar protectionisme, economische militarisering en autoritaire vormen van kapitalisme: voorbeelden zijn nationale ingrepen in bedrijfsbeleid, importheffingen en het herwonnen belang van territorium en grondstoffen in het internationale economische spel. Een belangrijke motor van verandering is volgens hem de opkomst van China, dat niet het neoliberale pad volgde en daarmee de mondiale verhoudingen fundamenteel beïnvloedt.
Wat betreft het vermeende einde van het neoliberalisme nuanceert Beckert: economische ordes verdwijnen nooit helemaal; er bestaat continuïteit. De breuk met het neoliberale tijdperk is echter reëel, zichtbaar sinds de financiële crisis van 2008 en versterkt door geopolitieke veranderingen. Sommige neoliberale instituties en praktijken blijven voortbestaan, maar de wereldorde is in beweging en kan uiteenlopende richtingen opgaan.
Beckert wijst erop dat kapitalisme geen inherent verband heeft met liberale democratie: historisch floreerden bedrijven onder zeer uiteenlopende regimes, van republikeinse handelsmaatschappijen tot autoritaire staten in de twintigste eeuw. Daarom is het onterecht te veronderstellen dat kapitalisme automatisch vrijheden garandeert. Tegelijk ziet hij ruimte voor handelingsvermogen: sociale bewegingen en politieke actie hebben in het verleden fundamentele omwentelingen teweeggebracht — abolitionisme en massale opstanden zijn voorbeelden van hoe schijnbaar onveranderlijke structuren toch konden kantelen.
Het slotbeeld van Beckert is niet deterministisch: we leven in een schoksgewijze periode waarin de grond onder economische verhoudingen beweegt — een “aardbeving” — en meerdere toekomsten mogelijk blijven. Zijn geschiedeniswerk doet twee dingen tegelijk: het plaatst het heden in een lange wereldwijde context en benadrukt dat maatschappelijke keuzes, politieke strijd en onverwachte ontwikkelingen het toekomstige gezicht van het kapitalisme zullen bepalen.