Vogels zijn geen vliegmachines
In dit artikel:
Emeritus hoogleraar trekvogelecologie Theunis Piersma doet al ongeveer vijftig jaar onderzoek naar trekvogels. Hoewel hij dit jaar met pensioen ging, blijft hij veldwerk uitvoeren en is hij betrokken bij BirdEyes-Centre for Global Ecological Change in Leeuwarden. Zijn onderzoek draait om de vraag hoe vogels leven, leren en reageren op hun omgeving.
Piersma verzet zich tegen het beeld van vogels als genetisch geprogrammeerde vliegmachines. Volgens hem maken vogels individuele keuzes, leren ze van soortgenoten en kunnen ze zelfs vooruit lijken te plannen. GPS-onderzoek aan lepelaars laat bijvoorbeeld zien dat de aanwezigheid van oudere, ervaren vogels sterk bepaalt welke route jonge vogels volgen. Ook observeerde hij gierzwaluwen die al nestplaatsen verkennen waar ze pas het jaar daarop gaan broeden.
Een gebeurtenis bij de Franse Pyreneeën veranderde zijn kijk op vogeltrek. Daar zag hij groepen lepelaars tijdens het wachten op hun oversteek door de lucht bewegen en met elkaar communiceren. Voor Piersma leek dat gedrag niet alleen functioneel, maar ook op plezier te wijzen. Het verhaal van de jonge lepelaar Sali laat tegelijk zien hoe complex individuele beslissingen kunnen zijn. Nadat ze haar groep in de Sahara was kwijtgeraakt, vloog ze zonder tussenstop door naar West-Afrika, ondanks haar slechte conditie. Ze stierf uiteindelijk door uitputting. Volgens Piersma kan zo’n keuze niet volledig worden verklaard vanuit een simpel instinctmodel.
Zijn onderzoek naar verongelukte vogels en naar vogels in de Waddenzee maakte ook duidelijk dat trekvogels lichamelijk voortdurend veranderen. Rosse grutto’s kunnen voor een lange vlucht meer dan de helft van hun gewicht als vet opslaan, terwijl organen die ze onderweg niet nodig hebben sterk krimpen. De Waddenzee is daarom geen eenvoudig tankstation waar vogels alleen brandstof bijvullen, maar onderdeel van een dynamisch proces waarin hun hele lichaam zich aanpast.
Vogels vertellen volgens Piersma bovendien wat er met hun leefomgeving gebeurt. Toen mechanische kokkelvisserij de bodem van de Waddenzee verstoorde, verdwenen kanoeten jarenlang uit het gebied omdat er onvoldoende voedsel overbleef. Mede dankzij dat onderzoek werd deze vorm van visserij uiteindelijk verboden. In China toonde zijn team aan dat de achteruitgang van trekvogels aan de kust vooral samenhing met inpolderingen. Die kennis droeg bij aan besluiten om verdere aantasting van belangrijke tussenstops tegen te houden. De ondersoort van de kanoet, Calidris canutus piersmai, is naar hem vernoemd vanwege zijn baanbrekende onderzoek naar deze internationale trekroute en het belang van de Chinese Wadden, de kust van de Gele Zee.
Piersma maakt zich grote zorgen over de Nederlandse natuur. De afname van boerenlandvogels wijst volgens hem op een bredere achteruitgang van de leefomgeving. Hij vermoedt dat chemische bestrijdingsmiddelen een grotere rol spelen dan vaak wordt erkend en noemt het intensieve landbouwsysteem zowel ecologisch als voor de volksgezondheid problematisch. Wetenschappers moeten volgens hem goed luisteren naar de signalen die vogels geven en hun onderzoek actief inzetten voor natuurbescherming.
Ook na zijn emeritaat onderzoekt Piersma hoe vogels leren trekken en hoe ze met elkaar communiceren. Bij lepelaars bestudeert hij de invloed van ervaren soortgenoten op de routekeuze van jonge vogels. Samen met promovendus Ondřej Belfín onderzoekt hij daarnaast de ‘taal’ van grutto’s. Hun geluiden blijken onder meer verschillende waarschuwingen voor gevaar te bevatten. Piersma pleit voor structurele financiering van vogelonderzoek, samenwerking met natuurorganisaties en meer betrokkenheid van het publiek via vogeltellingen en projecten waarmee gezenderde vogels live gevolgd kunnen worden.
Vandaag Inside: Johan Derksen hoort Gerard Joling over Nederlandse politiek: 'Ik ben zo blij dat je er bent!’