Vogels zijn geen vliegmachines
In dit artikel:
Emeritus hoogleraar trekvogelecologie Theunis Piersma ziet vogels niet als genetisch geprogrammeerde vliegmachines, maar als individuen die leren, keuzes maken en mogelijk plezier beleven aan hun trektochten. Na zijn pensioen in 2026 blijft hij veldonderzoek doen en werkt hij vanuit het door hem opgerichte BirdEyes-Centre for Global Ecological Change in Leeuwarden aan de betekenis van vogels voor mens en leefomgeving.
Piersma onderzoekt al ongeveer vijftig jaar trekvogels langs internationale trekbanen. Zijn werk aan kanoeten maakte duidelijk hoe belangrijk de Chinese Wadden, de kust van de Gele Zee, zijn als tussenstop. Een naar hem vernoemde kanoetondersoort, Calidris canutus piersmai, herinnert aan die bijdrage. Zijn onderzoek hielp bovendien aantonen dat inpolderingen aan de Chinese kust grote gevolgen hadden voor trekvogels en droeg bij aan het beperken van verdere aantasting van die gebieden.
Volgens Piersma tonen vogels voortdurend dat zij meer doen dan een vast instinctief programma volgen. Hij verwijst naar lepelaars die hij met gps-zenders volgt. Bij een oversteek bij de Franse Pyreneeën zag hij groepen vogels ogenschijnlijk dansend en roepend samenkomen. Dat bracht hem ertoe hun trek niet uitsluitend als een fysiek zware opgave te zien, maar ook als een mogelijk sociaal en plezierig avontuur.
Tegelijk kunnen individuele keuzes grote gevolgen hebben. De jonge lepelaar Sali begon laat aan de trek, verloor haar groep in de Sahara en vloog ondanks haar uitgeputte toestand door. Ze sloeg een voedselrijke tussenstop over en stierf uiteindelijk. Piersma vermoedt dat jonge vogels hun lichamelijke conditie nog niet goed kunnen inschatten, maar sluit niet uit dat zij ook een doel of verwachting volgen. Gierzwaluwen leveren volgens hem aanwijzingen voor toekomstgericht gedrag: vogels verkennen in een bepaald jaar nestplaatsen die ze het jaar daarop daadwerkelijk gebruiken om te broeden.
Vogels vertellen volgens Piersma bovendien waar het misgaat in hun leefomgeving. Nadat kokkelvissers de bodem van de Waddenzee mechanisch hadden omgewoeld, verdwenen kanoeten jarenlang uit het gebied omdat er onvoldoende voedsel overbleef. Zulke waarnemingen droegen bij aan het verbod op mechanische kokkelvisserij. Ook de afname van boerenlandvogels ziet Piersma als een waarschuwing voor de slechte toestand van het platteland. Hij vermoedt dat chemische bestrijdingsmiddelen een grotere rol spelen dan vaak wordt erkend en hekelt de intensieve, volgens hem ongezonde en niet-duurzame landbouw.
Zijn onderzoek laat ook zien dat een trekvogel lichamelijk voortdurend verandert. Rosse grutto’s kunnen vóór een lange vlucht meer dan de helft van hun gewicht uit vet laten bestaan, terwijl organen die niet nodig zijn tijdens de vlucht sterk krimpen. Dat maakt de vergelijking met een machine of een vliegtuig met een brandstoftank volgens Piersma misleidend: vogels passen hun hele lichaam aan de omstandigheden en de volgende taak aan.
Piersma vindt dat wetenschappers beter moeten luisteren naar de signalen van vogels en dat onderzoek structureel moet worden gefinancierd, zodat het bescherming kan ondersteunen. Burgers kunnen helpen via vogeltellingen, projecten als Beleef de Lente en het volgen van gezenderde vogels. Zijn huidige onderzoek richt zich onder meer op de vraag hoe jonge lepelaars leren trekken. Hun vliegroutes blijken sterk samen te hangen met de oudere vogels in de groep waarmee ze meevliegen. Daarnaast onderzoekt promovendus Ondřej Belfín de ‘taal’ van grutto’s. Hun verschillende alarmroepen lijken informatie te geven over het soort en de richting van gevaar.
Vandaag Inside: Valentijn Driessen niet onder de indruk van ongeluk Kees de Bever op filmset: 'Zal wel meevallen'