Vogels horen er helemaal bij op onze boerderij
In dit artikel:
Op een kaasboerderij in de Krimpenerwaard vertelt boerin Evelyn de Jong hoe gerichte landbouwpraktijken en samenwerking met coöperatie Weidehof leiden tot een flinke toename van weidevogelnesten. Waar twee jaar geleden zo’n 65 nestjes werden geteld, is dat aantal inmiddels ongeveer verdubbeld. De Krimpenerwaard is één van de weinige plaatsen waar de zwarte stern nog broedt; voor deze op de Rode Lijst staande moerasvogel zijn ingebouwde vlotjes in met krabbenscheer en gele plomp begroeide sloten verduidelijkte nestplaatsen.
De aanpak begint vroeg in het jaar: op geselecteerde percelen brengen de boeren ruige, vaste stalmest uit om het bodemleven te verrijken en meer regenwormen naar de bovenlaag te krijgen—een belangrijke voedselbron voor kuikens. Daarnaast zijn op twee percelen plasdrasgebieden aangelegd; met een door zonne-energie aangedreven pomp wordt tijdelijk water op het land gebracht. Deze natte plekken blijken aantrekkelijk voor soorten als grutto, kievit, scholekster en tureluur.
Beheer van het grasland is zorgvuldig afgestemd: er graast een klein aantal runderen zodat het gras niet te lang wordt, maar ook niet te kort, zodat kuikens voldoende dekking hebben. Vrijwilligers van de lokale natuurwerkgroep speuren actief naar nesten en ondersteunen de inventarisatie; soms vliegt men met een drone uitgerust met thermische camera om nesten en kuikens nauwkeuriger in kaart te brengen. Familieleden vinden zelf regelmatig nestjes tijdens het werk in het land.
Naast weidevogels beschrijft de boerin hoe ook andere soorten floreren rond de boerderij: een grote bonte specht in een wilg en huiszwaluwen die onder het overstek hun kunstige moddernestjes bouwen. De combinatie van praktische maatregelen, vrijwillige hulp en het kleine aandeel biodiversiteit op en rond het erf heeft volgens Evelyn tastbare resultaten opgeleverd en veel persoonlijke voldoening gegeven.
Vandaag Inside Oranje: René van der Gijp lacht om opmerkelijk nieuws over Liverpool en Slot? ‘Waarom?!’