Voetballer Edin Džeko brengt een verdeeld Bosnië samen
In dit artikel:
In Sarajevo draaide op vrijdag 2 oktober, de laatste campagnedag voor de verkiezingen, vrijwel alles om Edin Džeko. De aanvoerder van het Bosnische nationale elftal speelde dat weekend zijn laatste interland, tegen Zweden in de Nations League. Zijn beeltenis hing op gebouwen, trams reden rond met bedankboodschappen en winkels toonden shirts met zijn nummer 11. Cafés en pleinen liepen tijdens de wedstrijd vol; het gelijkspel gaf Džeko de kans om zijn interlandcarrière met opgeheven hoofd af te sluiten.
Džeko, bijgenaamd ‘Babo’ en de ‘Bosnische diamant’, geldt in Bosnië en Herzegovina als veel meer dan een topspits. Hij groeide tijdens de belegering van Sarajevo op tot een symbool van veerkracht, menselijkheid en nationale verbondenheid. Nadat het land zich afgelopen zomer voor de tweede keer voor het WK plaatste, schreef hij een emotionele brief aan Bosnische kinderen over zijn jeugd en de lessen van zijn vader.
De verkiezingen enkele dagen later trokken slechts iets meer dan veertig procent van de kiezers, een historisch laag opkomstcijfer. Hoewel nieuwe partijen een verenigender Bosnië beloven, wonnen opnieuw nationalistische partijen. Džeko lijkt daardoor voor veel inwoners de verbindende figuur te zijn die de politiek niet kan leveren; op sociale media werd zelfs een portret van Tito vervangen door dat van de voetballer.
Vandaag Inside: Johan Derksen prijst Men's Health-cover Gordon: 'Hij heeft doorzettingsvermogen getoond!'